Rooms-katholieke bedevaartplaats, 150 kilometer ten noorden van Lissabon (Portugal).
Van 13 mei tot 13 oktober 1917 verscheen Maria in verschillende gestalten en omringd door Jozef en engelen aan drie herderskinderen: Lucia dos Santos (1907-2005, tot haar dood karmelietes in het klooster te Coimbra), haar neef Francisco Martos (1908-1919) en diens zusje Jacinta (1910-1920). Centraal in deze verschijningen stond Maria’s aansporing tot boete en rozenkransgebed omwille van de wereldvrede. De laatste verschijning ging gepaard met een wenteling van de zon om de as en een plotselinge dwarrelende neergang. Maria vroeg de kinderen om de toewijding van de wereld aan het onbevlekte hart van Maria uit te dragen.
In 1930 werden de verschijningen door de bisschop van Leira erkend, in 1942 wijdde paus Pius XII de wereld aan het onbevlekt hart van Maria. In 1954, een aan Maria toegewijd jaar in de Rooms-Katholieke Kerk, raakte de cultus verspreid over de hele wereld. In 1982 bracht paus Johannes Paulus II Fatima een bezoek, uit dankbaarheid voor zijn redding bij de aanslag op zijn leven in 1981 en vernieuwde hij de toewijding aan het onbevlekt hart van Maria. Fatima wordt jaarlijks door miljoenen bezocht.
Auteur
P. van Geest [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
C. Martel, De wonderen van Fatima (Utrecht 1944)