Chinees voor: oceaan van wijsheid; de titel van de hoogste Tibetaanse politieke en geestelijke leider.
Iedere volgende dalai lama is de reïncarnatie van diens voorganger, na een zoektocht uitgekozen door monniken, indien een jongetje diens voorwerpen herkent. De dalai lama wordt gezien als de Chenrezig (beschermheilige van Tibet) en als de bodhisattva van mededogen. Een bodhisattva is een wezen vol verlichting, de monnik die de bodhi, de verlichting al deelachtig is geworden, maar het nirwana (het zalige niets) niet uitstelt om de wereld in te gaan om zijn medemens te helpen zich aan de weg van de verlossing te wijden.
Lhamo Thondup (Taktser 6.7.1935) werd in 1940 als veertiende dalai lama ingewijd en kreeg daarbij zijn tegenwoordige naam Tenzin Gyatso. Door de Chinese inlijving van Tibet (1951) moest hij de hoofdstad Lhasa verlaten en leeft nu als balling in India. Ook in kringen buiten het Tibetaans boeddhisme (Gelupa-orde) wordt hij als een belangrijk spiritueel leider gezien. Door zijn pleidooien voor wereldvrede en zijn nadruk op geweldloosheid kreeg hij in 1989 de Nobelprijs voor de vrede.
Auteur
E.G. Hoekstra [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]