Ervaring die christenen opdoen in hun relatie met God.
Ze omvat zowel de ervaring van het zondaar zijn (angst, schuldgevoel over persoonlijke zonden zoals hoogmoed, wereldsgezindheid of egoïsme) als het hiervan verlost zijn door het geloof in Jezus Christus. De verlossing gaat gepaard met ervaringen van hoop, liefde en de vreugde een ‘kind van God’ te zijn. Bevinding is vaak een beweging geweest tegen een geloofsklimaat waarin alle nadruk ligt op het rationele en leerstellige. Als christen zijn niet meer inhoudt dan een uit het hoofd geleerd lesje, klinkt weer de roep om authentieke beleving en ervaring. In het verleden zijn er steeds van deze bevindelijke tegenbewegingen geweest, zoals de middeleeuwse mystiek, het piëtisme, het puritanisme in Engeland, de Nadere Reformatie in Nederland en later de bevindelijk gereformeerden.
Bevindelijke christenen beseffen dat niet de kennis van de leer, maar de existentiële ervaring van God in het hart de doorslag geeft voor waar christen zijn. Daarom wordt bevinding ook wel aangeduid als ‘verborgen omgang met God’, volgens Psalm 25:14. Met die verborgenheid wordt aangegeven dat bevinding persoonlijk van aard is en totstandkomt in de ziel. Hoewel bevindelijke christenen waarde hechten aan de onderlinge liefde en broederschap, is bevinding als zodanig geen resultaat van psychologie of groepsdynamiek. Bevinding komt van de geest van God die de ervaring van zonde en verlossing in het hart van de mens werkt. In het Nieuwe Testament schrijft de apostel Paulus dat de Geest van God in de gelovigen ‘woont’ (Rom. 8:9). Onderling toetsen bevindelijke christenen elkaar, of hun bevinding wel authentiek is, dat wil zeggen: van God afkomstig. De criteria daarvoor hangen sterk af van de geloofstraditie waarin men zich beweegt.
Er bestaat discussie of bevinding te vergelijken is met mystiek. In sommige gevallen zijn de termen inwisselbaar, in principe beslaat de mystiek een veel breder terrein. Probleem is dan dat in veel protestantse ogen de term mystiek vaak ook toepasbaar is op ervaringen die strijdig zijn met de bijbel, zoals een totale versmelting van God met de ziel van de mens. Toch is al in een vroeg stadium van het protestantisme, begin zeventiende eeuw, teruggegrepen op rooms-katholieke mystieke auteurs, zoals Thomas à Kempis, Johannes Tauler en Bernardus van Clairvaux. Protestanten herkenden in hen de warme beschrijving van de geloofsvereniging met Jezus Christus, aangeduid als unio mystica (verborgen vereniging). Een gereformeerd predikant als Jodocus van Lodenstein werd onomwonden een ‘mysticus uit de Reformatie’ genoemd. Waar de bevinding mystiek is gekleurd, reiken roomskatholieken en protestanten elkaar de hand. Typerend voor die mystieke inkleuring zijn onder meer radicale zelfverloochening, innig gebedsleven, stille meditatie, ascetisme en geloofsovergave.
Protestanten hebben vanouds onderstreept dat bevinding op de bijbel gebaseerd dient te zijn, beducht als ze waren dat de bevinding een eigen leven ging leiden. Waar ze niet meer genormeerd wordt door de heilige Schrift, zijn gelovigen niet meer aanspreekbaar en kan bevinding ontaarden in een monoloog met zichzelf dan wel een obsessief speuren naar sporen van de geest in de ziel, zonder te letten op wat er in de omringende wereld gebeurt. Bijbelse bevinding is wel innerlijk, maar tegelijk ingebed in het alledaagse leven en verbonden met de nood van de medemens.
Auteur
J.K. Karels [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
G. Quispel e.a., Mystiek en bevinding (Kampen 1977)
A. de Reuver, Verborgen omgang. Sporen van spiritualiteit in Middeleeuwen en Nadere Reformatie (Zoetermeer 2002)
K. van der Zwaag, Afwachten of verwachten? De toe-eigening des heils in historisch en theologisch perspectief Heerenveen 2003)
Wim Verboom, Het bevindelijke nest (Heerenveen 2003)