Religieus geïnspireerde individuele of collectieve tocht naar een heilige plaats.
Het is een verschijnsel van sterk rituele aard dat een mondiale verspreiding kent. Mensen ondernemen bedevaarten of pelgrimages om zich vanuit hun dagelijkse leefomgeving gericht naar een andere plaats te begeven die zij heiliger en heilzamer achten, om in die heilige of bedevaartplaats een cultusobject te vereren teneinde er rust, steun, heil, geloofsverdieping of genezing te vinden. In West-Europa en Zuid-, Midden-en Noord-Amerika domineert de rooms-katholieke (met in Oost-Europa de orthodoxe) bedevaart. Het fenomeen heeft zich door de eeuwen uitgebreid vertakt en alleen al in Nederland hebben er vanaf de introductie van het christendom zo’n 650 bedevaartplaatsen bestaan, waarvan er omstreeks het jaar 2000 ongeveer nog een derde actief was.
De rooms-katholieke bedevaartcultuur heeft zijn wortels in die heilige plaatsen van het Heilig Land, welke verbonden zijn met het leven en sterven van Christus. Ze worden daar al sinds de derde eeuw door pelgrims bezocht. De toenemende verspreiding in de vroege Middeleeuwen van relieken van martelaren vanuit Palestina en de catacomben van Rome, deed in geheel Europa bedevaartplaatsen ontstaan. De hoge Middeleeuwen was een bloeiperiode van de bedevaartcultuur, zowel voor de drie ‘capitale’ heiligdommen – Heilig Land, Rome, Santiago de Compostela – als vanwege de opkomst van op mirakelen en verschijningen gebaseerde Mariaheiligdommen in de twaalfde en dertiende eeuw en de hausse aan eucharistische wonderen in de dertiende en veertiende eeuw. De introductie van de viering van heilige jaren vanaf het jaar 1300 stimuleerde de Romebedevaart periodiek. De Nederlanden kenden tot in de zestiende eeuw ook een gerechtelijke bedevaart: de zoenbedevaarten die als straf aan veroordeelden werden opgelegd.
De volksdevotionele rituelen, wonderen, reliekculten en vooral ook de aflaat, die met de bedevaartcultuur waren verbonden, behoorden tot de conflictkwesties van waaruit de Reformatie is voortgekomen. In reactie op de (gevolgen van de) Reformatie ontstonden in de zeventiende eeuw in Europa contrareformatorisch getoonzette missionaire bedevaartenculten, die in de regel mariaal van aard waren en onder strikt kerkelijke leiding waren gesteld. De Reformatie bracht voor de Nederlandse Republiek met zich mee dat de binnenlandse heiligdommen en bedevaarten werden verboden en er als alternatief een volledig op het buitenland georiënteerde bedevaartpraxis ontstond. De negentiende eeuw kenmerkte zich in Europa door het ontstaan van transnationale Mariaverschijningsheiligdommen en massabedevaarten, die zowel een rol vervulden bij de sociale kwestie als een sociopolitieke instrumentalisering tegen modernisering en liberalisme.
Nadat de Nederlandse katholieken in 1798 in hun vrijheden waren hersteld, groeide een interesse voor hun voormalige heiligdommen. Met name in de tweede helft van de negentiende eeuw werden diverse bedevaartplaatsen die sinds de Reformatie waren onderdrukt, gerevitaliseerd (Amsterdam, Brielle, Den Bosch, Schiedam). Er werden echter ook nieuwe heiligdommen gecreëerd, teneinde in de context van de katholieke emancipatie de gewenste herstructurering en devotionalisering van de Nederlandse catholica mede gestalte te geven. Mede vanwege die belangstelling voor de sacrale topografie van het verleden genoten in de negentiende en twintigste eeuw Palestinareizen onder protestanten een zekere populariteit.
Onder invloed van de snelle modernisering van de samenleving na de Tweede Wereldoorlog en van de devotiekritische boodschap van het Tweede Vaticaans Concilie heeft in de jaren zestig en zeventig de bedevaart in West-Europa een tijdelijke terugval gekend. Omstreeks 1980 is de bedevaart weer aan een zekere revival begonnen. Die kreeg gestalte in kerkkritische heiligdommen van een uitgesproken conservatief karakter, maar ook in nieuwe, niet-kerkgebonden bedevaartsoorden, zoals Glastonbury (new age), Parijs (Jim Morrison) of Althorp (prinses Diana). Daarnaast ontwikkelden bepaalde traditionele heiligdommen vanwege hun cultuurhistorische betekenis zich ook voor niet- katholieken tot een waardevol spiritueel en/of toeristisch doel. Typerend voor die laatste ontwikkeling is de grote populariteit van het bewandelen van eeuwenoude pelgrimsroutes, zoals de Camino naar Santiago de Compostela of de Via Francigena naar Rome.
In dit verband moet worden opgemerkt dat bedevaart en pelgrimage geen geheel synonieme begrippen zijn. In de vroege Middeleeuwen werd peregrinatio ook gebezigd om rondtrekkende monniken mee aan te duiden. Tegen die achtergrond bezien, zien sommigen de essentie van pelgrimage/bedevaart in de tocht zelf. Pelgrimage wordt dan min of meer een metafoor voor de levensreis, de human quest. De brede belangstelling voor de Compostela-bedevaart heeft dat verder versterkt, met name onder invloed van de groei van het recreatief en spiritueel langeafstandswandelen en het zoeken naar nieuwe vormen van spiritualiteit. Hierbij is in toenemende mate het onderweg zijn het doel van de bedevaart geworden. Hoezeer in de Middeleeuwen bedevaarten langdurige, risicovolle ondernemingen waren en ampel tijd voor reflectie boden, voor de bedevaartgangers stonden heiligdom en cultusobject als uiteindelijk doel centraal. Constitutief voor een bedevaartcultus ten opzichte van een lokale heiligenverering is dan ook het gegeven dat de begrenzingen van het dagelijks leven moeten worden overschreden, en dat kunnen parochie-, gemeente- of lands- of psychologische grenzen zijn. De afgelegde afstand tot het heiligdom doet er in feite weinig toe.
Terwijl de Rooms-Katholieke Kerk geen verplichting of oproep kent tot het doen van bedevaarten, is voor een moslim de bedevaart een van de vijf zuilen of godsdienstige plichten. Hij of zij moet namelijk ten minste eenmaal in zijn leven als hadji ten tijde van het offerfeest de hajj naar Mekka ondernemen, het pan-islamitische heiligdom in Saoedi-Arabië. Voor de joden is Jeruzalem met zijn Tempelberg en de klaagmuur de heilige plaats bij uitstek. Binnen het hindoeïsme in India nemen de bedevaarten naar de langs de rivier de Ganges gelegen heiligdommen van Shiva, Vishnu, Ganesh en dergelijke een centrale plaats in. Voor de hindoestanen is bijvoorbeeld Benares een van de heiligste plaatsen, terwijl dat voor de Sikhs Amritsar is.
Auteur
Peter Jan Margry [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
S.M. Bhardwaj, Hindu places of pilgrimage in India (Berkeley 1973)
Victor Turner & Edith Turner, Image and pilgrimage in christian culture (New York 1978)
John Eade & Michael J. Sallnow (red.), Contesting the sacred. The anthropology of christian pilgrimage (Londen 1988)
M.L. Nolan & S. Nolan, Christian pilgrimage in modern Western Europe (Chapel Hill 1989)
F.E. Peters, The Hajj. The Muslim pilgrimage to Mecca and the Holy Places (Princeton 1994)
Peter Jan Margry & Charles Caspers (red.), Bedevaartplaatsen in Nederland, 4 dln. (Hilversum 1997-2004)
Simon Coleman & John Eade, Reframing Pilgrimage. Cultures in Motion (Londen 2004)