Religieuze stroming die zichzelf beschouwt als een nieuwe wereldreligie.
In het begin van de negentiende eeuw ontstaan in Perzië. In 1844 verkondigde Sayyid Ali Mohammed (1819-1850) dat hij de messias of boodschapper van God was, uitgaand boven Jezus en Mohammed. Hij noemde zich de bab (de poort). In 1850 werd hij vermoord. Mirza Hussein-Ali (1817-1892), ook bekend als Baha’u’ lah (heerlijkheid van God) zag zich als opvolger van de bab. Hij wist de volgelingen te organiseren tot een hechte religieuze gemeenschap die snel wereldwijd aanhang kreeg. Het hoofdkwartier is gevestigd in Israël op de berg Karmel.
De beweging is strikt monotheïstisch: God is de schepper die de wereld regeert en die de bron is van alle religie. De principes van het Baha’i-geloof zijn: leven in vrede, zoeken naar gerechtigheid, geloof in de scheppende kracht, een streven naar eenheid en verbondenheid van de mensheid (en van de wereldreligies). Ook valt een grote nadruk op ethisch handelen. Hoewel de beweging wereldwijd verspreid is, is de aanhang gering: hooguit zes miljoen. In Nederland waren er anno 2000 enkele honderden aanhangers.
Auteur
R. Kranenborg [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
P. Bakker, Baha’i (Kampen 2002)