Streven naar de vestiging van een nationale joodse staat.
Het zionisme werd als politiek begrip voor het eerst gebruikt in 1890, in het tijdschrift Selbstemanzipation van Nathan Birnbaum. De noodzaak van een eigen staat hangt direct samen met het ingebakken (of: structurele) antisemitisme in de christelijke wereld en, tot de tweede helft van de twintigste eeuw in mindere mate, in de islamitische wereld. Hoewel aanvankelijk alternatieve vestigingsplaatsen voor een dergelijke staat werden overwogen, richtte het zionistische ideaal zich al spoedig op terugkeer naar het bijbelse Kanaän (Palestina). Door Theodor Herzl, auteur van het programmatische Der Judenstaat (1896), werd in 1897 een internationaal zionistencongres bijeengeroepen in Basel. Het doel werd bij die gelegenheid geformuleerd als de stichting van een publiekrechtelijk gewaarborgde eigen woonplaats voor de joden, in het land van hun voorvaderen. Emigratie naar Palestina (aanvankelijk onder Turks bestuur, in 1918 een Brits mandaatgebied) werd gestimuleerd. De stichting van de staat Israël in 1948 werd ervaren als vervulling van het zionistische ideaal.
Het zionisme kan zich uiten in religieuze vorm, waarbij de terugkeer van de joden naar Kanaän wordt opgevat als vervulling van de bijbelse profetie. In principe is het echter een seculiere beweging. De grootste uitdaging voor het zionisme in de komende eeuw zal ongetwijfeld bestaan uit het vinden van een rechtvaardig vergelijk met de Arabische bevolking van Israël en de sinds 1967 bezette gebieden.
Auteur
G.J. van Klinken [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Luc Dequeker, Geschiedenis van het jodendom en het zionisme (Leuven/Amersfoort 1983)