Handelsvereniging, in 1621 opgericht om na de hervatting van de oorlog met Spanje, deze vijand te bestrijden met kaapvaart, militaire acties en handelsconcurrentie.
De handel was ondergeschikt aan de oorlogvoering en de vestiging en beheer van bezittingen in Afrika, Zuid-Amerika, West-Indië en Noord-Amerika. Het bestuur bestond uit negentien bewindhebbers, verdeeld over vijf kamers, waarvan de Kamer van Amsterdam de machtigste was. In 1624 vestigde de West-Indische Compagnie (WIC) een kolonie op Manhattan om de rechten op het gebied veilig te stellen. Vanaf het begin was de financiering van de ondernemingen een zwak punt, dat in 1628 tijdelijk verlicht werd door de verovering door Piet Hein van de zilvervloot.
In 1674 werd de bestaande WIC opgeheven en een nieuwe WIC opgericht, die vooral de bezittingen moest beheren en handelde in slaven (zie ook slavernij). De handelsmogelijkheden voor inwoners van de Nederlanden werden vergroot. De compagnie werd nooit een succes en werd in 1791 opgeheven.
Auteur
J.L. Krabbendam [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Henk den Heijer, De geschiedenis van de WIC (Zutphen 2002)