Georganiseerd streven van vrouwen naar gelijke rechten en kansen (ook: feminisme).
De vrouwenbeweging ontstond omdat vrouwen politiek, sociaal, economisch en cultureel waren achtergesteld en streefde naar totale gelijkheid van man en vrouw. Tijdens de Franse Revolutie werd de achterstelling van de vrouw voor het eerst een thema. De sociale veranderingen na de industriële revolutie gaven de vrouwenbeweging nieuwe impulsen. De vrouwenbeweging is te onderscheiden in een eerste en tweede internationale feministische golf. De eerste duurde van ongeveer 1848 tot 1940. Feministen van deze golf kwamen op voor recht op deelname aan onderwijs, betaalde arbeid en politieke besluitvorming. In Nederland speelden Wilhelmina Drucker (‘Dolle Mina’) en Aletta Jacobs een belangrijke rol. Zij richtten onder meer de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht op. Een belangrijk wapenfeit was de realisatie van volledig kiesrecht voor vrouwen, in Nederland in 1919 (zie vrouwenkiesrecht). In 1956 werd de handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw opgeheven.
De tweede feministische golf richtte zich op maatschappelijke emancipatie en zelfbeschikking van de vrouw. Hij werd rond 1965 ingeluid, omdat gelijke rechten in de praktijk nog geen gelijke kansen betekenden. Zelfbeschikkingsrecht op seksueel gebied was een belangrijk ideaal. De strijd voor de legalisering van abortus werd in 1981 beslecht. De arbeidsparticipatie van vrouwen, die in Nederland relatief laag was vergeleken met andere Europese landen, is sterk toegenomen. Specifieke feministische acties werden in de jaren negentig zeldzaam. Het strijdtoneel van de vrouwenbeweging verplaatste zich naar politieke en maatschappelijke groeperingen die niet alleen op basis van feministisch gedachtegoed waren georganiseerd.
De emancipatiebeweging is in kerken, met uitzondering van enkele kleinere, tot ongeveer 1950 vrijwel genegeerd. Wel waren allerlei vrouwen in de negentiende eeuw actief in sociale hulp (zie Reveil) en openden de doopsgezinden reeds in 1905 hun predikantsopleiding voor vrouwen; A. Zernike werd in 1911 als eerste vrouwelijke predikant in Nederland bevestigd. In 1959 liet de Nederlandse Hervormde Kerk voor het eerst een vrouwelijke predikant toe; in 1970 volgden de Gereformeerde Kerken, in 1992 de Anglicaanse Kerk. De Rooms-Katholieke Kerk en enkele kleinere gereformeerde kerkgenootschappen kennen geen vrouwen in het kerkelijk ambt. De christelijke vrouwen organiseerden zich na het tweede Christelijk-Sociaal Congres van 1919 voor het eerst in de Nederlandsche Christen-Vrouwen Bond, die echter geen expliciet emancipatoir doel had.
De vrouwenbeweging is decennialang succesvol geweest in haar streven naar totale gelijkheid van man en vrouw. Daarbij negeerde ze fysieke en psychologische sekseverschillen. Het begin van de eenentwintigste eeuw laat een kentering zien. De vrouwenbeweging leek haar doelen te hebben bereikt, maar het aantal vrouwen in managementfuncties stagneert en vrouwen blijken ook nog steeds relatief minder te verdienen.
Auteur
Tineke van der Waal-Goudriaan [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Mineke Bosch, Aletta Jacobs, 1854-1929. Een onwrikbaar geloof in rechtvaardigheid (Amsterdam 2005)