Beweging die wortelde in de ideeën van de Verlichting en het humanisme.
De basisgedachte was, dat men pas mens, burger en christen kon zijn, wanneer men kennis had van kunsten en wetenschappen en van de christelijke religie. De in 1784 opgerichte Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen rekende tot haar belangrijkste taak de opvoeding van volwassenen tot ‘verlichte’ mensen. In de praktijk kwam het erop neer, dat weldenkende, beschaafde Nederlanders vanaf het einde van de achttiende eeuw via pamfletten, traktaten, lezingen, volwasseneducatie, herhalingsscholen, volksbibliotheken en dergelijke de vaak arme, onwetende medemens trachtten op te voeden tot nuttige leden van de maatschappij en tot brave opvoeders en verzorgers van hun kinderen. Vanuit protestantschristelijke en rooms-katholieke hoek werd kritiek geuit op de werkzaamheden van ’t Nut.
In 1853 werd de Christelijke Jonge Mannen Verenigingen opgericht, geïnspireerd door het Réveil. De katholieke tegenhanger van ’t Nut was de in 1820 opgerichte Rooms-catholijke Maatschappij ter bevordering van godsdienstige wetenschappen en goede zeden voor het Koninkrijk der Nederlanden.
Auteur
Jacques Dane [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]