Verbeelding van een andere en betere maatschappij dan de bestaande.
We vinden utopieën in vele religies en bijvoorbeeld ook bij Plato. Vanaf de Renaissance, als de gedachte dat de mens zelf vorm kan geven aan de geschiedenis terrein wint, ontstaan tal van utopische ontwerpen als kritiek op de bestaande samenleving en als beschrijving van een betere samenleving. In deze tijd ontstond het woord: naar de titel van Thomas More’s Utopia (1516), letterlijk: geen-land. Utopieën zijn uitdrukkingen van maatschappelijke onvrede, stimuleren verzet tegen sociale misstanden, prikkelen de verbeeldingskracht en laten daardoor nog niet gekende mogelijkheden zien. Soms werd in klein verband geprobeerd een utopische samenleving te verwezenlijken, zoals in diverse experimenten met koloniën in Amerika.
Een van de kritiekpunten op het utopisch denken is dat het wel wensdromen formuleert, maar niet een begaanbare weg ter realisering aangeeft. In een ‘concrete utopie’ wil men dit ondervangen door analyse van de objectieve mogelijkheden en daarbij aansluitende strategieën. Daarbij blijft men echter vasthouden aan de utopie als een ander type samenleving. Hierdoor onderscheidt deze zich van toekomstontwerpen die trends doortrekken. Een veel geuite kritiek op het utopisch denken is voorts dat het leidt tot totalitair denken en terreur, door de verabsolutering van het doel, waaraan alles ondergeschikt gemaakt wordt en dat met fanatisme nagestreefd wordt. Het communisme fungeerde hier als afschrikwekkend voorbeeld. Anderen betwistten dat dit een noodzakelijk verband is.
Het christelijke geloof is met zijn radicale toekomstverwachting een belangrijke inspirator van het utopisch denken geweest. Theologisch gesproken is er echter een onderscheid tussen het koninkrijk van God en utopische ontwerpen, omdat dit niet door mensen gerealiseerd zal worden. Daarmee inspireert het wel tot utopisch denken, maar houdt het daarvan tegelijk afstand en bekritiseert het elke verabsolutering van utopisch denken.
Zie ook apocalyptiek.
Auteur
Herman Noordegraaf [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Frank E. Manuel en Fritzie P. Manuel, Utopian Thougt in the Western World (Harvard 1979)
Hans Achterhuis, De erfenis van de utopie (Amsterdam 1998)
Wibren van der Burg, De verbeelding aan het werk. Pleidooi voor een realistisch idealisme (Kampen 2001)