Latijn voor: godsregering. Staatsvorm waarin de godheid als gezagsdrager wordt beschouwd.
Dit houdt in de christelijke context in dat het woord van God de norm stelt voor geheel het leven, inclusief de overheid en de samenleving. Het theocratisch denken is vooral te vinden bij Calvijn, die kerk en staat nauw verbond met het nastreven van Gods eer. Het theocratisch denken is sinds de achttiende eeuw onder grote druk gekomen ten gevolge van de aanvaarding van de democratie, de godsdienstige pluraliteit in de samenleving en de scheiding van kerk en staat. Het theocratische gedachtegoed in de politieke traditie is bewaard gebleven bij de hervormde theologen Ph.J. Hoedemaker en A.A. van Ruler, en bij politieke partijen als de Hervormde (Gereformeerde) Staatspartij (HGSP) en de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP).
Auteur
K. van der Zwaag [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
A. A. van Ruler, Religie en politiek (Nijkerk 1945)
H. F. Massink e.a., Theocratische politiek (Houten 1994)
K. van der Zwaag, Onverkort of gekortwiekt? (Heerenveen 1999)