Beweging die streeft naar een klassenloze samenleving met ontplooiingsmogelijkheden voor ieder mens en een rechtvaardige verdeling van de hulpbronnen van het bestaan.
Men kan onderscheid maken tussen socialisme als maatschappelijke beweging, die politieke partijen, vakbeweging, coöperaties en verenigingen omvat, en socialisme als politieke beweging, die vorm krijgt in politieke partijen. Het socialisme ontstond in reactie op de industrieelkapitalistische maatschappij met haar sociale wantoestanden onder de arbeidende bevolking. Onder invloed van de inzichten van Karl Marx en Friedrich Engels wilde het socialisme een alternatief bieden voor het kapitalisme door het in gemeenschapshanden brengen van de productiemiddelen. Het socialisme kende vele varianten, zoals het anarchisme, het communisme en het democratisch-socialisme.
In Nederland ontstond in 1881 als eerste socialistische partij de Sociaal-Democratische Bond (SDB), waarvan de gewezen luthers predikant F. Domela Nieuwenhuis de voorman werd; hij werd in 1888 gekozen tot het eerste socialistische Tweede-Kamerlid. In 1894 vond de oprichting plaats van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP), die zich in tegenstelling tot de SDB uitdrukkelijk ook richtte op machtsvorming binnen het parlement. Het socialisme van de SDAP kreeg steeds meer een reformistisch karakter (stapsgewijze hervorming van de samenleving) en herzag de marxistische analyses (revisionisme). Uit verzet hiertegen ontstond in 1909 de Communistische Partij Holland, later: Communistische Partij Nederland (CPN).
De in 1946 opgerichte Partij van de Arbeid (PvdA), waarin de SDAP, de Vrijzinnig- Democratische Bond, de Christelijk-Democratische Unie, progressieve protestanten en enige roomskatholieken zich aansloten, streefde een vergaande sociale inkadering van de markteconomie na. Doel was het realiseren van bestaanszekerheid bij een behoorlijk levenspeil, met een rechtvaardige verdeling van de maatschappelijke rijkdom en toegang van een ieder tot de hulpbronnen van het bestaan. Daarbij werd een belangrijke taak aan de overheid toebedacht. De opbouw van de verzorgingsstaat paste in dit kader.
Het socialisme dat in de voormoderne tijd veelal christelijk was geïnspireerd, werd door kerken en christenen lang fel bestreden vanwege zijn revolutionaire opstelling en marxistische ideologie. De SDAP was officieel neutraal ten opzichte van de levensbeschouwing en beschouwde deze als een privé-zaak. In de praktijk was er binnen de SDAP de nodige weerstand tegen kerk en godsdienst. Slechts een beperkt aantal personen van kerkelijke huize koos voor het socialisme (christen-socialisme).
De doorbraak die leidde tot de oprichting van de PvdA beoogde een partij te vormen die het belang van levensbeschouwing voor het politieke handelen erkende, zonder de partij op een confessionele basis te plaatsen. Binnen de partij werkten personen met een verschillende levensbeschouwelijke achtergrond samen. De PvdA slaagde er echter maar gedeeltelijk in mensen uit de confessionele partijen aan te trekken. Tot in de jaren zestig bleven vooral de gereformeerde en rooms-katholieke wereld grotendeels gesloten voor de sociaal-democratie.
Naast de SDAP en de PvdA hebben altijd kleinere socialistische of progressieve partijen gefunctioneerd, zoals de Bond van Christen-Socialisten (1907-1921), de Christelijk-Democratische Unie (CDU) en de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP, 1957-1991), waarin vooraanstaande theologen als J. de Graaf en Kr. Strijd een belangrijke rol speelden. In 1991 ging de PSP tezamen met de Politieke Partij Radicalen (PPR), de Evangelische Volkspartij (EVP) en de CPN op in GroenLinks. Voorts bestaat sinds 1972 de Socialistische Partij (SP).
Door globalisering en andere maatschappelijke verschuivingen worstelt de sociaal-democratie in het begin van de eenentwintigste eeuw met de vraag hoe de socialistische doelen in gewijzigde omstandigheden vorm kunnen krijgen.
Auteur
Herman Noordegraaf [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
P. Denekamp e.a. (red.), Ontwapenend. Geschiedenis van 25 jaar PSP (Amsterdam 1982)
M. Brinkman e.a. (red.), Honderd jaar sociaal-democratie in Nederland 1894-1994 (Amsterdam 1994)
Joh. S. Wijne, De Bergrede en het socialisme (Den Haag 1996)
W. Banning/H.E.S. Woldring, Hedendaagse sociale bewegingen. Achtergronden en beginselen (Houten/ Diegem 1998)
H. Noordegraaf, ‘Normen en waarden: de koudwatervrees voorbij’, in: Socialisme en Democratie, 60, 4, (2003), 30-37