Politieke partij van 1926 tot 1945.
Haar voorgeschiedenis gaat echter terug tot 1883, toen H. Schaepman zijn Proeve van een program voor een op te richten katholieke partij publiceerde. Door onderlinge onenigheid vonden diens inspirerende denkbeelden pas in 1904 concretisering met de oprichting van de Algemeene Bond van Roomsch-Katholieke Kiesvereenigingen. De in 1926 bereikte centrale structuur werd door de toenmalige partijvoorzitter C. Goseling in de vroege jaren dertig verstevigd met differentiaties. De RKSP was sindsdien een typische integratiepartij, gekenmerkt door grote verwevenheid met de katholieke sociale organisaties en het religieuze leven, door sterke kader- en kernvorming, en door financiële ondersteuning van (tegen de 400.000) leden en begunstigers. Het eerder opgetreden, beperkt van omvang gebleven dissidentisme, stierf uit. Voor de meeste van de betrokken ‘splinterpartijen’ was de middenkoers van de RKSP niet sociaal (links) genoeg geweest.
Ondanks interne kritiek op de als te rechts ervaren praktische politiek, werd de ontwikkeling begunstigd door de negatieve stellingname van het episcopaat tegenover fascisme, nationaal-socialisme en aanvankelijk ook nog het socialisme. De bisschoppen beklemtoonden bovendien dat zij voorstanders waren van politieke eenheid van hun diocesanen. Voltooiing van de katholieke emancipatie, behoud van het bijzonder onderwijs, inrichting van de maatschappij volgens de pauselijke encyclieken en bescherming van hun gelovigen tegen invloed van de als vijandig ervaren niet-katholieken, fungeerden als drijfveer. Afgezien van het laatste punt correspondeerde dit met de partijprogramma’s van de RKSP. Gevolg was dat deze in groeiende mate kon rekenen op de kiezersgunst van meer dan viervijfde van het katholieke volksdeel. Haar aantal Tweede-Kamerleden schommelde rond de dertig van de toen in het geheel nog honderd.
In 1941 werd de partij, net als de andere politieke partijen (met uitzondering van de NSB), door de Duitse bezetter ‘ontbonden’. Eind december 1945, op haar 23e partijraadsvergadering, hief zij zich onder invloed van de na de bevrijding optredende vernieuwingsgeest op om plaats te maken voor de Katholieke Volkspartij (KVP).
Auteur
J.A. Bornewasser [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J.A. Bornewasser, Katholieke Volkspartij 1945-1980. Band I: Herkomst en groei (tot 1963) (Nijmegen 1995)
J.A. Bornewasser, ‘Beraad tegen wil en dank. Het Nederlandse episcopaat en de politiek’, in: Kerk in beraad. Opstellen aangeboden aan prof.dr. J.C.P.A. van Laarhoven (Nijmegen 1991)