Radicale verandering, soms met geweld of strijdig met bestaande constitutionele verhoudingen in een bestaand sociaal-politiek stelsel, zoals in de Franse revolutie van 1789.
Het woord komt van het Griekse woord revolutio (om- of terugwenteling). Het begrip revolutie wordt ook gebruikt voor opstandige bewegingen die leiden tot een scheuring of losmaking van het moederland. Een revolutie gaat dieper dan een staatsgreep en wordt meestal veroorzaakt door ineenstorting van het ancien régime, vaak veroorzaakt door crisis of verzet tegen geestelijke, politieke of sociaal-economische onderdrukking. Bepalend voor succes is de aanwezigheid van een militante minderheid en controle over politieke of militaire steunpunten.
Het begrip revolutie wordt gebezigd om nieuwe radicale ontwikkelingen aan te duiden, bijvoorbeeld de industriële revolutie, maar ook in negatieve zin om de geest van de verwerping van elk gezag aan te duiden of de bewuste secularisatie van de politieke samenleving. De betekenis van het begrip revolutie in de zin van terugwenteling komt tot uiting in de Glorious Revolution van 1689 in Engeland waar tevens wordt gestreefd naar een restauratie van de oude orde. Ook de ineenstorting van het communisme van de atheïstische Sovjet-Unie, begonnen met de val van de Berlijnse Muur (1989), kan worden geclassificeerd als een revolutie.
Auteur
J.W. Sap [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
I. Schöffer e.a., Zeven revoluties (Amsterdam 1964)
E. Rosenstock-Huessy, Out of revolution. Autobiography of western man (Norwich 1969)