Katholiek politicus (Den Bosch 26.8.1901 - Beers 4.7.1985)
Studeerde psychologie in Utrecht en was vanaf 1938 hoogleraar te Tilburg. In juli 1940 vormde hij met J. Linthorst Homan en L. Einthoven het Driemanschap van de Nederlandse Unie, die een politiek alternatief wilde bieden voor de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). De organisatie werd in 1941 door de bezetter verboden.
In 1946 werd De Quay commissaris van de koningin in Noord-Brabant. In mei 1959 riep de Katholieke Volkspartij (KVP) hem naar Den Haag om minister-president te worden van een kabinet dat steunde op de drie confessionele partijen en de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD). Meerdere malen verklaarde hij ‘premier tegen wil en dank’ te zijn geworden. Tijdens zijn bewind werd Nederland gedwongen afscheid te nemen van Nieuw-Guinea.
Na zijn aftreden in juli 1963 werd hij fractievoorzitter van de KVP in de Eerste Kamer. In het kabinet-Zijlstra (1966-1967) was hij vice-premier en minister van Verkeer en Waterstaat.
Auteur
J.W.L. Brouwer[uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
G. Puchinger, Nederlandse minister-presidenten van de twintigste eeuw (Amsterdam 1984)
J. Bosmans, ‘Quay, Jan Eduard de (1901-1985)’, in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)