De christelijke traditie kent twee hoofdstromingen inzake het oorlogsvraagstuk: het pacifisme en de leer van de ‘rechtvaardige oorlog’.
Daarnaast vinden we de idee van een ‘heilige oorlog’, dat wil zeggen: een oorlog die met een religieus doel gevoerd wordt, zoals bij de kruistochten. De eerste stroming was overheersend in het vroege christendom, maar werd daarna vooral aangehangen door minderheidsgroepen aan de rand en buiten de gevestigde kerken, en later bij de historische vredeskerken zoals doopsgezinden en quakers. Vooral sinds Augustinus kreeg de leer van de rechtvaardige oorlog een plaats in de christelijke ethiek. In deze leer worden criteria geformuleerd voor het aangaan van een oorlog die gerechtvaardigd is, en voor de oorlogsvoering zelf.
Zulke criteria zijn onder meer dat de oorlog door een wettige overheid gevoerd moet worden, voor een rechtvaardige zaak, met een goede intentie, nadat andere middelen uitgeput zijn, en wanneer er een redelijke kans bestaat dat de beoogde doeleinden door het middel van oorlog bereikt kunnen worden. Voorts moeten doelen en middelen in een redelijke verhouding tot elkaar staan, zal het geweldgebruik tot een minimum beperkt moeten worden en moet er onderscheid gemaakt worden tussen direct bij de strijd betrokkenen en niet-direct daarbij betrokkenen. De leer beoogt oorlogen in te dammen en staat in het perspectief van het herstellen of bereiken van gerechtigheid en vrede.
De moderne oorlog met zijn verwoestingen heeft in vele kerken en de oecumenische beweging tot diepgaande bezinning en actie geleid. Met de moderne oorlog zijn pacifisme en leer van de rechtvaardige oorlog elkaar genaderd, omdat gezien de effecten van biologische, chemische, atoom- en andere bewapening het criterium van ‘redelijke verhouding’ steeds problematischer is geworden. Dat heeft ertoe geleid dat in de leer van de rechtvaardige oorlog soms bezit en gebruik van bepaalde wapens wordt afgewezen. Zowel het pacifisme als de leer van de rechtvaardige oorlog zijn ook gebruikt in de doordenking van revolutie en humanitaire interventie.
Auteur
Herman Noordegraaf [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
A.C. Grandia/H. van der Laan, De Gereformeerden en het oorlogsvraagstuk (Delft 1983)
B.J. Brouwer, Er zijn tenslotte grenzen. De Nederlandse kerken en het vraagstuk van de moderne oorlog 1945-1965 (Kampen 1993)
Harry Zeldenrust, Voettocht naar vrede. Van rechtvaardige oorlog naar een vrede door gerechtigheid (Gorinchem 1994)
M.J. Faber, ‘Voor de kerken is vrede belangrijker dan mensenrechten’, Vrede en veiligheid, 33 (2004) 2, 256-275