Politieke partij, bedacht in de ondergrondse tijdens de Duitse bezetting.
De initiatiefnemers zijn bij de bevrijding met een manifest aan de dag getreden en hebben de organisatie op 24 mei 1945 formeel opgericht. In september 1945 werden ledental en reikwijdte van de Nederlandse Volksbeweging (NVB) voor het eerst zichtbaar in een constituerende vergadering. Daar kon de eerste voorzitter, Willem Schermerhorn, worden begroet in zijn nieuwe hoedanigheid van minister-president. Hij was leider van een kabinet dat een aantal ideeën van de Volksbeweging in zijn program vertaald had en personen uit de NVB onder zijn leden telde.
De broedplaats van de NVB was het gijzelaarskamp in Sint Michielsgestel geweest, waar vanaf mei 1942 tal van vooraanstaande personen uit diverse kringen van de samenleving waren geinterneerd. Daar werd de idee geboren om bij de bevrijding een beweging te stichten die al diegenen die een nieuwe maatschappij wilden opbouwen op de basis van een personalistisch socialisme met elkaar kon verenigen. Het personalisme, ontleend aan een stroming in Frankrijk, werd aan het socialisme toegevoegd om aan te geven dat men zijn klassenstrijd verwierp, maar zijn zedelijke taakstelling wilde combineren met de persoonlijke verantwoordelijkheid. Het christendom, maar ook het humanisme waren de gelijke bronnen van inspiratie.
De NVB wilde een andere organisatie zijn dan haar voorbeeld, de Nederlandse Unie, die kort na de Duitse inval was opgericht en velen uit diverse hoeken van de maatschappij tot zich had getrokken. In 1945 was naast Schermerhorn vooral de vrijzinnig hervormde theoloog Willem Banning een van de leidende figuren. Omdat Banning een vooraanstaande positie innam in de Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (SDAP), kon ‘zijn’ NVB de koepel worden waarbinnen een nieuwe socialistische partij werd geformeerd met werkgemeenschappen uit christendom en humanisme. De nieuwe Partij van de Arbeid (PvdA) steunde op het kader van de SDAP maar trok ook vrijzinnig democraten, hervormde predikanten en katholieke intellectuelen tot zich. Nadat dit partijpolitieke resultaat was bereikt, verloor de Volksbeweging aan betekenis. Zij bleef een sociaal-pedagogische taak houden en organiseerde conferenties over belangrijke maatschappelijke thema’s, die even zovele momenten waren van ontmoeting tussen vertegenwoordigers van diverse zuilen. Op haar hoogtepunt had ze bijna dertigduizend leden.
Op het einde van de jaren veertig raakte het idealisme van de vernieuwing uitgeblust; er bleven vijfduizend leden over. In 1951 werd ze opgeheven. De gelegenheid tot ontmoeting werd voortgezet in het Nederlands Gesprek Centrum.
Auteur
J.Th.M. Bank [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J. Bank, Opkomst en ondergang van de Nederlandse Volksbeweging (NVB) (Deventer 1978)