Politieke groepering, op 14 december 1931 opgericht door twee Utrechtse ambtenaren: Anton Adriaan Mussert (1894-1946), ingenieur bij de Provinciale Waterstaat, en Cornelis van Geelkerken (1901-1976), adjunct-commies ter Provinciale Griffie.
Veertien jaar Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) kan in drie perioden worden ingedeeld. Aanvankelijk (1931-1935) volgde men de legale weg, naar het voorbeeld van Adolf Hitler in Duitsland. Vervolgens (1935-1937) verviel men tot radicalisering. Ten slotte (1937-1945) raakte de NSB in het isolement, en dat in dubbel opzicht. De NSB nam een geïsoleerde positie in binnen de Nederlandse samenleving, en tijdens de Duitse bezetting werd dat isolement versterkt omdat ook de bezetter de NSB wantrouwde.
Gedurende de tijd dat de NSB bestond, is steeds de vraag geweest of deze beweging zich terecht nationaal-socialistisch noemde. In 1940 moest rijkscommissaris A. Seyss-Inquart eerder aan fascisme en liberalisme denken dan aan nationaal-socialisme. De twee door de rijkscommissaris gebruikte termen geven het verschil aan tussen de twee voormannen van de NSB. Van Geelkerken was in de jaren twintig geboeid door het fascisme, Mussert was het prototype van een kleinburgerlijke liberaal. Beiden waren extreem nationalistisch; van de betekenis van het socialisme hadden zij geen weet. Direct na het ‘Programma’ (Brochure 1) en de ‘Toelichting’ (Brochure 2) verscheen ‘De Nationaal-Socialistische (fascistische) Staatsleer’. Zowel het onderwerp, de staatsleer, als de toevoeging, fascistisch, maken duidelijk hoe weinig trouw de NSB was aan haar naam.
Auteur
Jan Ridderbos [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J. Zwaan en A.J. Zondergeld-Hamer, De zwarte kameraden. Een geïllustreerde geschiedenis van de N.S.B. (Weesp 1984)
Harmjan Dam, De NSB en de kerken (Kampen 1986)
Jan Ridderbos, Strijd op twee fronten (Kampen 1994)