Eenhoofdige, erfelijke regeringsvorm.
Naar gelang de macht van het staatshoofd al of niet door een grondwet beperkt is, onderscheidt men de constitutionele en de absolute monarchie. De oorsprong van het gezag van de monarch wordt door sommigen gezocht in Gods wil (koning bij de gratie Gods), door anderen in de wil van het volk, gegrond op gevoels- en utiliteitsoverwegingen. Nederland is een constitutionele monarchie. Aan het hoofd van het land staat een monarch die zich te houden heeft aan de constitutie. In de grondwet is bepaald dat de koning onschendbaar is en dat de ministers verantwoordelijk zijn. De ministeriële verantwoordelijkheid geldt ook voor de leden van het Koninklijk Huis, voor zover hun optreden het openbaar belang raakt. Mogelijke troonopvolgers moeten aan het parlement toestemming vragen voor hun huwelijk.
Auteur
B.H. de Boer [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
L. Prakke en A.J. Nieuwenhuis, Monarchie en republiek (Deventer 2000)
Remco Meijer en H.J. Schoo, De monarchie. Staatsrecht, volksgunst en het Huis van Oranje (Amsterdam 2002)