Radio, televisie en meer recent internet. In Nederland is de geschiedenis van de media nauw verbonden met de ontwikkeling van de omroepen.
Radio deed rond 1920 zijn intrede. Orthodoxe protestanten, vooral gereformeerden, richtten in 1924 de Nederlandse Christelijke Radio Vereniging (NCRV) op. Rooms-katholieken stichtten in 1926 de Katholieke Radio Omroep (KRO). Minder homogeen waren de vrijzinnige protestanten. Toch volgde, ook in 1926, de oprichting van de Vrijzinnig Protestantse Radio Omroep (VPRO). De motieven van deze omroepen waren: het inspireren en ondersteunen van eigen mensen en het uitdragen van eigen geloof en beginselen.
Opmerkelijk is de oppositie in de jaren dertig tegen de NCRV. In 1930 koos een aantal orthodoxe hervormden openlijk voor de Algemene Vereniging Radio Omroep (AVRO), opgericht in 1927. Ze kozen voor de ‘neutrale’ AVRO, die de nationale omroep van Nederland wilde zijn. De onvrede binnen de gelederen van de NCRV groeide eveneens. Een aantal leden plaatste het hervormde beginsel van de vaderlandse kerk tegenover het gereformeerde separatisme, waarvan de NCRV in hun ogen een typische exponent was. Ook het gebrek aan eruditie en artistiek vakmanschap was voor sommigen een steen des aanstoots. De Hervormde Kerk diende ook een rechtmatige plaats te krijgen in de omroep. Zo ontstond in 1938 de Nederlandsch Hervormde Radio Omroep (NHRO). Tot de sympathisanten behoorden onder meer de predikanten, later hoogleraren, K.H. Miskotte en G.C. van Niftrik.
Het conflict tussen NHRO en NCRV eindigde door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De NHRO verdween in het duister. De oorlog leek vervolgens een volledige breuk met het verleden in te leiden. Ook de relatie tussen omroep en kerk zou anders worden. Er moest een nationale omroep komen, waarin de kerk medezeggenschap zou krijgen; althans, zo werd er in leidende kringen van de Hervormde Kerk gedacht. Uit contacten met andere kerken ontstond een Interkerkelijk Overleg inzake Radioaangelegenheden (IKOR). Het IKOR zou de kerkdiensten namens de kerken gaan verzorgen binnen de nationale omroep. In hoeverre de Gereformeerde Kerken aan dit overleg actief hebben deelgenomen is onbekend, zeker is wel dat ze zich begin 1945 officieel terugtrokken. De Rooms-Katholieke Kerk was er nooit aan begonnen.
De kerken kregen in 1946 inderdaad zendtijd toegewezen en het IKOR verzorgde vanaf 1 maart 1947 uitzendingen voor een aantal kerken. Daarvoor moesten NCRV en VPRO zendtijd afstaan. Gereformeerden en enkele kleinere kerkelijke groeperingen lieten hun uitzendingen echter technisch door de NCRV verzorgen en vormden het Convent van Kerken inzake Radiodiensten (CVK). In 1957 kreeg dit convent zelfstandig zendtijd, los van de NCRV. De KRO en de Rooms-Katholieke Kerk (RKK) bleven met elkaar verbonden. Het ideaal van de nationale omroep was weer snel verbleekt en de oude omroepen hadden zich hersteld.
Maar de ontwikkelingen stonden niet stil, al was het maar door de intrede van de televisie in 1951. Het IKOR, in 1949 een stichting geworden, werd in 1976 Interkerkelijke Omroep Nederland (IKON), nadat ook de Gereformeerde Kerken in Nederland zich erbij hadden aangesloten. Het CVK maakte plaats voor Zendtijd voor de Kerken (ZVK), later Stichting Zendtijd voor Kerken (ZvK). Deze verzorgde de uitzendingen voor ‘bijbelgetrouwe’ kerken. In 1967 verscheen de Evangelische Omroep (EO) ten tonele, een nieuwe bundeling van orthodox protestantse krachten. Behoudende en verontruste hervormden en gereformeerden, alsmede charismatische en evangelische gelovigen vonden elkaar in de roeping het evangelie te verkondigen en tot bekering te manen. Verder verdween in 1968 de Vrijzinnig Protestantse Radio Omroep; de naam VPRO representeerde niet langer het vrijzinnig protestantisme in de media.
Het medialandschap ging in 1989 grondig op de schop met de komst van de commerciële omroep. De publieke omroep in Nederland werd bovendien steeds meer een levensbeschouwelijk veelstromenland, want ook boeddhisten, hindoes, humanisten, joden en moslims kregen een zendmachtiging.
Auteur
Yko van der Goot [uit: G. Harinck e.a. (red.),Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
A.F. Manning, Zestig jaar KRO. Uit de geschiedenis van een omroep (Baarn 1985)
Fred Mell e.a. NCRV 75. Ze laten mensen in hun waarde (Hilversum 1999)