Competitie van 1945 tot 1991 tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie die net niet in een echte oorlog uitmondde.
De bezetting van Oost-Europa door het Rode Leger in 1944/45 en de daaropvolgende maatschappelijke transformatie van die regio door communistische regimes leidden in het Westen tot bezorgdheid over een mogelijke Sovjet-russische expansie in West-Europa. In 1947 maakte president Truman bekend dat de Verenigde Staten de vrije wereld tegen totalitaire regimes zouden beschermen, de zogeheten Truman-doctrine. Hij verbond daar tevens een economisch herstelprogramma voor Europa aan, het Marshall-plan.
De economische, militaire en politieke wrijvingen tussen de Sovjet-Unie en de westerse geallieerden leidden in 1949 tot de deling van Duitsland. De Koude Oorlog was een feit. Het conflict kreeg een militair vervolg in de Koreaanse Oorlog, die van 1950 tot 1953 woedde.
De bouw van de Muur op 13 augustus 1961 maakte een einde aan de instabiliteit die er van de Duitse kwestie uitging. Een jaar later dreigde Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov raketten op Cuba te stationeren; dit bracht de wereld opnieuw op de rand van een nucleaire oorlog. De Amerikaanse president Kennedy wist hem tot terugtrekking te dwingen. Vanaf de jaren zestig concurreerden de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie in de periferie met elkaar: beide mogendheden probeerden de gedekoloniseerde landen in Afrika, het Midden-Oosten en Azië aan hun zijde te krijgen.
De inval van de troepen van het Warschaupact in Tsjechoslowakije in 1968, de gewelddadige beëindiging van de stakingen in Polen in 1980 en het uitroepen van de oorlogstoestand aldaar in 1981 toonde aan dat Oost-Europa nog steeds een brandpunt van de Koude Oorlog was. De internationale ontspanning had vanaf de jaren zeventig echter ook tot stabiele machtsverhoudingen en ontwapening geleid. Na 1985 luidde Michael Gorbatsjov een nieuwe, liberalere fase in de Oost-Westbetrekkingen in. Militaire druk vanuit de Verenigde Staten, economische malaise in eigen land, vertrouwen in de internationale diplomatie en druk vanuit de eigen bevolking brachten Gorbatsjov er in 1989 toe om de greep van Moskou op zijn satellietstaten losser te maken. Dit leidde onbedoeld tot de ineenstorting van de communistische regimes tussen 1989 en 1991 en maakte een einde aan de Koude Oorlog.
Auteur
Beatrice de Graaf [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
R. Havenaar, Van Koude Oorlog tot nieuwe chaos (Amsterdam 1993)
I.T. Berend, Central and Eastern Europe 1944-1993. Detour from the Periphery to the Periphery (Cambridge 1996)
J.L. Gaddis, We now know. Rethinking Cold War history (Oxford 1997)
R. Powalksi, The Cold War. The United States and the Soviet Union, 1917-1991 (New York 1998)
W. Loth, Overcoming the Cold War. A History of Détente, 1950-1991 (Hampshire/New York 2002)