Maatschappelijke beweging van katholieke arbeiders en werknemers.
Nederland kent sinds omstreeks 1870 verenigingen van katholieke werklieden en arbeiders. De oorsprong van de katholieke arbeidersbeweging wordt echter doorgaans rond 1890 gesitueerd. Toen ontstonden in Amsterdam de Nederlandsche Roomsch-Katholieke Volksbond (opgericht in 1888 door W.C.J. Passtoors) en in Enschede de Roomsch-Katholieke Arbeiders Vereeniging (gesticht in 1889 door A. Ariëns) . Deze groeiden als eerste uit tot een levensvatbare landelijke beweging. Naast deze standsorganisaties ontstonden al in de jaren 1890 ook vakorganisaties. De ontwikkeling van de katholieke arbeidersbeweging volgde nadien in veel opzichten die van de arbeidersbeweging in Nederland in het algemeen.
De katholieke vakorganisaties vormden in 1909 het Bureau voor de Roomsch-Katholieke Vakorganisatie (RK Vakbureau). De beweging werd sinds de Eerste Wereldoorlog door de werkgevers, de overheid en andere arbeidersorganisaties erkend als vertegenwoordigster van de katholieke arbeiders en werknemers. De stands- en vakorganisaties traden sinds 1925 gezamenlijk op in het Roomsch-Katholiek Werkliedenverbond (RKWV) en vanaf 1945 als de Katholieke Arbeiders Beweging (KAB).
Na 1945 speelde de katholieke vakcentrale eens te meer een actieve rol in het sociaal-economisch overleg tussen werkgevers, werknemers en overheid. Zij werkte daarbij nauw samen met het socialistische Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) en het protestantse Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV). In 1964 nam de katholieke vakorganisatie de taak van de standsorganisaties volledig over in het Nederlands Katholiek Vakverbond (NKV). Het NKV verloor sinds 1968 vooral door de ontkerkelijking veel leden. Het vormde in 1976 met het NVV de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV). NKV en NVV gingen in 1982 volledig op in de FNV. De wijze van organiseren van de katholieke arbeiders en werknemers was lange tijd omstreden. De bisschoppen hadden aanvankelijk een voorkeur voor diocesane vakbonden, die zij meer direct onder hun toezicht konden houden.
Pas de totstandkoming van het NVV als landelijk socialistisch vakverbond in 1906 noopte hen tot het toestaan van landelijke vakbonden en een katholieke vakcentrale: het RK Vakbureau. Een interconfessionele vakorganisatie, die vooral in het textiel- en het mijnbedrijf voor een sterke positie door velen noodzakelijk werd geacht, werd in 1912 echter verboden. De bisschoppen dwongen in 1916 de katholieke vakorganisaties om alle belangenbehartiging die geen verband hield met de beroepsarbeid en het bedrijf, over te dragen aan de standsorganisaties. De standsorganisaties werden tegelijk de ‘godsdienstig-zedelijke leerschool’ van de vakorganisatie. Dit zou tot aan de oprichting van het NKV zo blijven, zij het sinds de jaren vijftig steeds meer in theorie. De bemoeienis van de bisschoppen met de arbeidersbeweging weerspiegelde het belang dat zij binnen het katholieke emancipatieproces hechtten aan katholieke eenheid in het werknemersmilieu. Het mandement van 1954 was een laatste poging om deze eenheid af te dwingen. De organisaties van de arbeidersbeweging hadden tot in de jaren 1970 een priester als geestelijk adviseur.
Tegenover bemoeienis en dwang stond dat de bisschoppen de arbeidersbeweging vaak steunden tegen weerstand in andere milieus. De verhoudingen tussen de arbeidersbeweging en de katholieke (werknemende) middenstandsorganisaties en hogere standsorganisatie was veelal afstandelijk. Een aantal katholieke vakorganisaties – meest voor middelbaar en hoger personeel – bleef buiten de KAB en het NKV.
Auteur
J.M. Peet [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
C.J. Kuiper, Uit het rijk van de arbeid. Ontstaan, groei en werk van de Katholieke Arbeidersbeweging in Nederland (Utrecht 1951, 1953)
J. Roes (red.), Katholieke arbeidersbeweging. Studies over KAB en NKV in de economische en politieke ontwikkeling van Nederland na 1945 (Baarn 1985)
J.M. Peet, Katholieke arbeidersbeweging. De KAB en het NKV in de maatschappelijke ontwikkeling van Nederland na 1945 (Baarn 1993)
A. Duffhues e.a., Bewegende patronen. Een analyse van het landelijk netwerk van katholieke organisaties en bestuurders 1945-1980 (Nijmegen/Baarn)