Frankisch keizer (2.4.747 - Aken 28.1.814)
Aanvankelijk regeerde Karel samen met zijn broer Karloman over het Frankische rijk, dat zich over grote delen van continentaal West-Europa uitstrekte. Hij onderwierp Beieren, het Noord-Italiaanse rijk van de Longobarden en de heidense Saksen, die hij met het zwaard kerstende. Karel breidde zijn rijk uit tot Noord-Spanje en Midden-Europa en sloeg aanvallen van de Avaren en Saracenen af. In Midden-Italië stichtte hij onder vorstelijke bescherming de pauselijke staat.
Tot Karels belangrijkste verwezenlijkingen op institutioneel gebied behoren de schepencolleges die met de rechtspraak belast waren, de capitularia met wetgevende en administratieve voorschriften, de verbreiding van het leenstelsel en het eenvormige muntstelsel met ponden, schellingen en deniers. Onder Karels bewind herleefde in hofkringen de antieke cultuur. In het jaar 800 kroonde paus Leo III hem te Rome tot keizer. Hoewel Karel het rijk onder zijn drie zonen wilde verdelen, bleef het Karolingische rijk één geheel omdat alleen Lodewijk de Vrome hem overleefde.
Auteur
Janick Appelmans [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
R. Collins, Charlemagne (Basingstoke 1998)