Georganiseerde vervolging en vernietiging van het Europese jodendom door de nazi’s en hun collaborateurs in de periode 1933-1945.
De term is ontleend aan het Griekse woord voor een volledig brandoffer: holokautoma (Lev. 1:3, 6:1). De vrijwillige aard van brandoffers en hun verzoenende werking maken deze term omstreden. In joodse kringen hanteert men doorgaans het Hebreeuwse sjoa (vernietiging) of choerban (catastrofe). De holocaust is de culminatie van een historisch proces dat begon met de machtsovername door Hitler (30 januari 1933) en dat zich in twee fasen voltrok.
In de periode 1933-1939 werden Duitse joden onderworpen aan gelegaliseerde discriminatie en segregatie. Antisemitische propaganda, zoals Der Stürmer van Julius Streicher en films als Der Ewige Jude, activeerde antijoodse sentimenten. Nazi’s organiseerden boycots van joodse ondernemers. De Neurenberger rassenwetten (1935) ontnamen joden het burgerrecht en verboden interreligieuze huwelijken, op grond van een pseudowetenschappelijke rassenleer die onderscheid maakte tussen arische Übermenschen en joodse Untermenschen. Joden mochten geen publiek ambt bekleden (universiteiten), joodse bezittingen werden geroofd en kinderen uitgesloten van onderwijs. Deze fase culmineerde in een geregisseerde pogrom, de Reichskristallnacht op 9/10 november 1938. Honderden synagogen brandden uit, winkels werden geplunderd, joden gemolesteerd en vermoord.
Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (1 september 1939) markeerde de tweede fase waarin de vervolging veranderde van karakter. In Polen concentreerde men de joden in getto’s. Later begonnen ook de ter plaatse uitgevoerde executies. Tijdens de overval op Rusland (juni 1941) voerden speciale eenheden massamoorden uit achter het front. Het is historisch onzeker wanneer de nazi’s besloten tot systematische uitroeiing van het joodse volk in Europa. Tijdens de Wannseekonferenz (januari 1942), een topberaad van verantwoordelijken voor de Endlösung der Judenfrage (‘definitieve oplossing van het joodse vraagstuk’), coördineerde men de organisatie. De genocide voltrok zich nu volgens een bureaucratisch geleid systeem van deportaties en industrieel uitgevoerde moord in speciaal gebouwde vernietigingskampen. Daarnaast verrichtten joden slavenarbeid voor de Duitse industrie. Zes miljoen joden werden vermoord, door middel van fusillades en lynchpartijen, verhongering en ziektes in getto’s en concentratiekampen, vergassing in geassembleerde vrachtwagens en speciaal gebouwde gaskamers of medische experimenten.
Van de 130.000 Nederlandse joden werden, via het Durchgangslager Westerbork, 105.000 gedeporteerd. Een fractie overleefde, waarmee Nederland na Polen percentueel het hoogste aantal slachtoffers kent. De vernietigingskampen Auschwitz-Birkenau, Treblinka, Sobibor, Chelmno, Lublin-Majdanek, Belzec, de concentratiekampen Mauthausen, Dachau, Buchenwald, Bergen-Belsen, Theresienstadt, Natzweiler, Stutthof en Gross-Rosen, de getto’s van Warschau en Lodz, de executieplaats Babi Yar bij Kiev en talloze andere plaatsen markeren de geografie van de holocaust.
Enkele hoofdverantwoordelijken van het Duitse regime kwamen voor het internationaal tribunaal in Neurenberg (1945-1946); Adolf Eichmann werd berecht in Israël (1961). De rol van collaborateurs en de medewerking van politie, treinpersoneel en overheidsinstellingen in landen als Nederland is voorwerp van recenter onderzoek. Historisch omstreden is ook het optreden van paus Pius XII.
Het begin van de opstand in het getto van Warschau (april 1943) markeerde de joodse gedenkdag van de holocaust. In Nederland kwam een maatschappelijke bezinning op gang met de Amerikaanse televisieserie Holocaust (1979) en Claude Lanzmans documentaire Shoah (1985). Een stroom publicaties en het oprichten van talloze monumenten waren het gevolg. De bezinning op theologisch anti-judaïsme leidde tot nationale en internationale kerkelijke schuldverklaringen en veranderde het theologische denken ten aanzien van het jodendom. Wetenschappelijk onderzoek vindt onder meer plaats in Jad Vasjem (Jeruzalem) en het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (Amsterdam).
Auteur
Eric Ottenheijm [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J. Presser, Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse jodendom 1940-1945 (Den Haag 1965)
R. Hilberg, The Destruction of the European Jews (New York/London 1967)
H.W. von der Dunk, Voorbij de verboden drempel. De Shoah in ons geschiedbeeld (Amsterdam 1990)
Chr. Browning, The Origins of the Final Solution. The Evolution of Nazi Jewish Policy 1939-1942 (London 2004)