Wapenstilstand gedurende bepaalde dagen of een bepaalde periode, die door de kerk gesanctioneerd wordt.
Het gebruik ontstond omstreeks het jaar 1000 in het zuidwesten van Frankrijk en had tot doel weerlozen (clerus, boeren, vrouwen en kinderen), gebouwen (kerken) en akkers (oogst) te beschermen tegen de krijgsadel. De kerk verplichtte de strijdende partijen af te zien van gevechtshandelingen gedurende de zogeheten passiedagen van iedere week (donderdag of vrijdag tot en met zondag of maandag) en gedurende de tijd van advent, Kerstmis, vasten en Pasen. Het breken van de godsvrede werd bestraft met zware kerkelijke straffen.
Het gebruik leeft in zekere zin, zonder de mogelijkheid sancties op te leggen, voort in de oproep tot een staakt het vuren door religieuze gezagsdragers (zoals de paus) of wereldse autoriteiten (Verenigde Naties) gedurende bepaalde religieuze feesten (kerstmis, ramadan) of andere festiviteiten (zoals de Olympische Spelen).
Auteur
Dirk van Keulen [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Th. Head and R. Landis (eds.), The Peace of God: Social Violence and Religious Response in France around the Year 1000 (Ithaka 1992)