Letterlijk: glorierijke omwenteling; de periode tussen de landing van stadhouder Willem III op 5 november 1688 en de aanvaarding van de Engelse kroon door Willem en Maria Stuart op 13 februari 1689.
Uitgenodigd door zeven vooraanstaande Engelse politici, wist Willem III Engeland te scharen in het kamp tegen Lodewijk XIV, de man die heel Europa wilde onderwerpen aan Frankrijk en de rooms-katholieke religie. De vloot die Willem III had uitgerust, was viermaal zo groot als de Spaanse armada uit 1588. Bij de intocht in Londen stonden de mensen langs de kant van de weg in oranje kleding.
Door Willem III en Maria op de troon te roepen, werd in Engeland het absolutisme van Jacobus II de voet dwars gezet en de parlementaire monarchie ingevoerd. Er werd een einde gemaakt aan popery and arbitrary government. Voortaan kreeg het Lagerhuis bepalende invloed op de financiën en de legers. In de Bill of rights (1689) werden rechten gesanctioneerd die door vorige regeringen waren miskend. Behalve de staatkundige rechten van het parlement werden met de glorious revolution de individuele vrijheidsrechten in burgerrechtelijke en strafrechtelijke zin verzekerd onder de rule of law.
Dit Engelse systeem van de parlementaire monarchie wist zich in de achttiende eeuw aan te passen aan de nieuwe omstandigheden. Een theoretische verdediging van de glorious revolution is gepubliceerd door de Engelse filosoof John Locke.
Auteur
J.W. Sap [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Wout Troost, Stadhouder-koning Willem III. Een politieke biografie (Hilversum 2001)