Rechtsgeleerde (Garderen 06.07.1851 - Den Haag 21.12.1931)
Damme Fabius promoveerde in 1878 te Leiden op De leer der souvereiniteit. Hij was secretaris van de Anti-Revolutionaire Partij (1879- 1889) en hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam (1880-1921). Daarnaast was hij lid van de gemeenteraad van Amsterdam (1891-1919) en lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland (1897-1919); in 1919 werd hij lid van de Raad van State.
Fabius was een leerling van Groen van Prinsterer. Hij was tegenstander van algemeen kiesrecht, staatsarmenzorg en verzekeringsdwang, en medestander van de Doleantie. Van 1909 tot 1924 liet Fabius een eigen blad verschijnen: Studiën en Schetsen. Zijn laatste openbare rede, bij het vijftigjarig jubileum van de Vrije Universiteit, was een klacht over de inzinking van het gereformeerde leven. Zijn belangrijkste werken zijn Volkenrecht (Amsterdam 1907) en De christelijke staat (Rotterdam 1915).
Auteur
J.P. de Vries [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
B. Jongeling, Tussen twee reformaties (Goes 1952)
W.F. de Gaay Fortman, ‘Fabius, Dammes Paulus Dirk (1851-1931)’, in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985), 152-153
Zie ook
Damme Paul Dirk Fabius (2009)