Proces waarin mensen of groeperingen die in bepaalde opzichten een ondergeschikte positie in de samenleving innamen, naar een gelijkwaardige(r) positie opklimmen.
De ongelijkheden waartegen het emancipatieproces zich richt, kunnen zich op allerlei gebied voordoen: economisch, politiek, sociaal en cultureel. Welstand, prestige en macht gelden als de voornaamste dimensies van de van sociale ongelijkheid. In onze cultuur domineert het ‘gelijkheidsa-priori’, wat inhoudt dat mensen in principe gelijk behandeld moeten worden zolang er geen zwaarwegende redenen zijn om dit anders te doen. Vandaar dat emancipatie wordt gezien als een zaak van rechtvaardigheid en vooruitgang. Er bestaat, zeker vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw, een sterke identificatie met de underdog. De Nederlandse grondwet begint sinds 1983 een algemeen discriminatieverbod. Daarbij gaat het niet om het realiseren van een absolute gelijkheid. Die is niet alleen onbereikbaar, maar wordt veelal ook als onwenselijk gezien. Het gaat om het bereiken van een positie die gelijkwaardig is aan die van anderen.
Of van gelijkwaardigheid sprake is, laat zich echter niet zo gemakkelijk vaststellen. Wat men onder gelijke behandeling verstaat, veronderstelt bepaalde voorliggende keuzes. Veelal heeft emancipatie ook het element in zich van bevrijding en ontplooiing. De grotere vrijheid kan echter op zeer uiteenlopende wijzen worden ingevuld. Mensen kunnen hun nieuwe mogelijkheden gebruiken op een manier die afkeurenswaardig is in de ogen van hen die aan dat emancipatieproces hebben bijgedragen en dat hebben toegejuicht. Zo leidt politieke emancipatie (democratisering) in islamitische landen niet zelden tot het aan de macht komen van moslimfundamentalisten. Niet voor niets spreekt men hier van een emancipatiedilemma.
Dat alles maakt emancipatie tot een betwist begrip: een begrip dat niet voor iedereen dezelfde betekenis heeft. De concrete invulling daarvan hangt immers samen met het mensbeeld en de maatschappijvisie die men hanteert. Slechts op basis daarvan kan men onderliggende begrippen als gelijkheid, gelijkwaardigheid en vrijheid concretiseren.
Historisch gezien komt het woord emancipatie van het Latijnse emancipatio. Dat was een juridische term voor de losmaking van een minderjarige uit de vaderlijke macht. Ook werd die wel gebruikt voor de vrijlating van slaven uit de macht van hun heer. Ten tijde van de Verlichting betekende emancipatie bevrijding van autoriteit. Later, in het begin van de twintigste eeuw, kwam de nadruk meer te liggen op het bereiken van een gelijkwaardige positie door achtergestelde groeperingen. Na 1960 kwam echter de vroegere betekenis van bevrijding en mondig worden weer naar boven, naast die van gelijkberechtiging. Aldus geïnterpreteerd wordt emancipatie voor velen de beslissende norm voor de ontwikkeling van de mensheid. Inmiddels is deze tendens over zijn hoogtepunt heen. Emancipatie wordt thans primair geassocieerd met de gelijkberechtiging van gedepriveerde groeperingen.
Aan het ontstaan van een emancipatiebeweging gaat veelal een fase van bewustwording bij de betreffende groepering vooraf. Men realiseert zich hoezeer men in de maatschappij sinds jaar en dag een achtergestelde positie inneemt. Vaak spelen personen die oorspronkelijk niet tot de betreffende groepering behoorden, daarbij een belangrijke rol (‘zaakwaarnemers’). Juist zij beseffen dat het ook anders kan. Als gevolg van deze bewustwording gaat men ageren tegen de bestaande situatie. Omdat dit meestal weinig oplevert, volgt hierop veelal een periode van organisatie en confrontatie, waarin de emancipatiegroepering de strijd aanbindt.
Soms gaat zij zich als superieur beschouwen en wil zij zelf een dominerende positie veroveren. In de confrontatie met de bestaande orde schroomt de emancipatiegroepering niet om de grenzen van de wet te overschrijden. Veelal gaat die harde lijn gepaard met een proces van overreding, waarbij zij zich beroept op waarden die ook door de tegenpartij worden aangehangen. Als gevolg daarvan raken belangrijke segmenten daarvan steeds meer overtuigd van de billijkheid van de gestelde eisen tot bijvoorbeeld opheffing van rassenscheiding, invoering van vrouwenkiesrecht of subsidiëring van confessionele scholen.
Emancipatiebewegingen vallen veelal uiteen als hun doel is bereikt, tenzij zij ook andere voor hen belangrijke kenmerken gemeenschappelijk hebben. Te denken valt aan religie of etniciteit. Met het verdwijnen van de achterstelling en het einde van de emancipatiestrijd, zijn echter belangrijke factoren weggevallen die de groepering samenbonden.
In het spraakgebruik is het begrip emancipatie in hoge mate gemonopoliseerd door de emancipatie van de vrouw. Zo hield de staatssecretaris voor emancipatie, die het Nederlandse kabinet kende, zich met dat beleidsterrein bezig. Nadat in een eerdere fase van de vrouwenemancipatie aan allerlei juridische vormen van achterstelling een eind gemaakt was, is het emancipatiebeleid thans vooral gericht op het zelfstandig verwerven van inkomen door vrouwen en een groter aandeel van vrouwen in de maatschappelijke en politieke besluitvorming. Verbetering van hun positie in het onderwijs en op de arbeidsmarkt is daar nauw mee verbonden. Speciale aandacht wordt gegeven aan vrouwen uit etnische minderheden. Vooral bij Turkse en Marokkaanse vrouwen is in veel gevallen sprake van een dubbele achterstand: zowel ten opzichte van mannen uit de eigen groepering, als ten opzichte van autochtone vrouwen.
Behalve de emancipatie van de vrouw heeft zich op wereldschaal ook een emancipatieproces voorgedaan van niet-blanken. Te denken valt aan de afschaffing van de slavernij in de negentiende eeuw en de dekolonisatie in het midden van de twintigste eeuw. Daarnaast hebben tal van landen door wetgeving tegen rassendiscriminatie en soms ook door wat men met een ongelukkig woord positieve discriminatie noemt, getracht de gekleurde bevolkingsgroepen een gelijkwaardige positie te verschaffen. Veelal is dit een moeizaam verlopend proces.
Ook met betrekking tot de arbeidersklasse heeft zich in de geïndustrialiseerde wereld, onder invloed van de socialistische en de christelijk-sociale beweging, een ingrijpend emancipatieproces voltrokken. De voordien schrijnende welvaartsverschillen zijn verminderd. Sociale voorzieningen garanderen voortaan een bepaalde bestaanszekerheid. Ook hebben arbeiderskinderen meer mogelijkheden om door het volgen van (gratis) onderwijs op de maatschappelijke ladder te stijgen. De communisten vestigden in de landen waar zij de macht overnamen zelfs een dictatuur van het proletariaat. In de praktijk kwam dat echter neer op een dictatuur van de communistische partij over het proletariaat.
In Nederland hebben rooms-katholieken en orthodoxe protestanten in de negentiende en twintigste eeuw een succesvolle emancipatie doorgemaakt. Abraham Kuyper gold bij uitstek als de emancipator van de gereformeerde kleine luyden. Die emancipatiestrijd betekende een belangrijke stimulans voor het voor Nederland zo kenmerkende verschijnsel van de verzuiling, dat zich uitstrekte tot het onderwijs, de politiek, de media en allerlei maatschappelijke organisaties.
In de moderne maatschappij worden voortdurend nieuwe emancipatiedoelen ontdekt. Al lang bestaande ongelijkheden gaat men als onaanvaardbaar beschouwen en die bewustwording brengt veelal een succesvol emancipatieproces op gang. Te denken valt aan homoseksuelen, gehandicapten, etnische minderheden, jongeren en bejaarden. Hun woordvoerders vragen aandacht in de media voor de achterstanden die zij menen te kunnen signaleren. Politici en de publieke opinie worden bewerkt om overheidsbeleid en wetgeving voor de betreffende groepering gunstiger te maken. Ook probeert men de beeldvorming over de betreffende groepering in positieve zin bij te stellen.
Auteur
C.S.L. Janse [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J. Hendriks, Emancipatie, relaties tussen minoriteit en dominant (Alphen aan den Rijn/Brussel 1981)
T. Sunier e.a., Emancipatie en subcultuur. Sociale bewegingen in België en Nederland (Amsterdam 2000)
W. Portegijs e.a., Emancipatiemonitor 2004 (Den Haag 2004)