Europese oorlog die vanwege de koloniale macht van veel Europese landen en de deelname van de Verenigde Staten wereldwijde dimensies kreeg, maar die hoofdzakelijk werd uitgevochten aan het statische front van de loopgraven in België en Noord-Frankrijk.
De oorlog brak uit in augustus 1914, toen de moord op de Oostenrijkse troonopvolger een diplomatieke kettingreactie veroorzaakte die binnen korte tijd uitmondde in de oorlogsverklaring van Duitsland aan Frankrijk. Europa viel uiteen in de twee strijdende kampen van de centralen en de geallieerden, met daarnaast een aantal landen die zich neutraal opstelden. De oorlog kostte tien miljoen militairen en miljoenen burgers het leven. De moderne gedaante van de oorlog bleek uit de inzet van vliegtuigen, tanks en het gebruik van gifgas; de onbeholpenheid van deze middelen bleek uit het feit dat ze geen militaire beslissing forceerden, maar jarenlang het oorlogssysteem en een patstelling aan het front instandhielden. De uitbraak van de Russische revolutie en de entree van de Verenigde Staten, beide in 1917, veroorzaakten een wending in de oorlog, die op 11 november 1918 tot een wapenstilstand leidde. Bij de beklonken vrede in het verdrag van Versailles (1919) werd Duitsland als schuldige van de oorlog aangewezen. De strafmaatregelen die dit land in het verdrag kreeg opgelegd waren zo draconisch, dat zij een Duitse wraakoefening uitlokten, resulterend in de Tweede Wereldoorlog.
De dominante indruk die deze oorlog vestigde was die van morele en politieke ontwrichting en van zinloosheid. Om deze reden had de oorlog ook invloed op het christendom in Europa. De schok van het ongeremde bloedvergieten bracht de massa het in intellectuele kringen reeds langer verbreide besef bij dat de christelijke beschaving slechts een dun vernis was. De morele ordening, het christelijk wereldbeeld, verloor haar verankering onder de bevolking en vestigde het besef van zinloosheid en leegte, klassiek verwoord in Erich Maria Remarques frontrelaas Im Westen nichts neues (1929). Het kerkbezoek kende een tijdelijke opleving in de eerste fase van de oorlog, maar liep daarna snel terug. Nederland leed economisch onder de oorlog – de voedselsituatie was in de laatste oorlogsjaren soms precair – maar slaagde erin de neutraliteit te handhaven. Dit gelukkige contrast met de buurlanden ontnam lange tijd het zicht op het feit, dat Nederland mentaal en cultureel evenzeer de invloed van de oorlog heeft ondergaan als de oorlogvoerende landen. De verdrievoudiging van de onkerkelijkheid tussen 1909 en 1930 tot 14 % en de doorbraak van de moderne cultuur bezorgden de kerken hoofdbrekens.
Auteur
George Harinck [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Paul Moeyes, Buiten schot. Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog 1914-1918 (Amsterdam 2001)
Madelon de Keizer en Sophie Tates (red.), Moderniteit. Modernisme en massacultuur in Nederland 1914-1940 (Zutphen 2004)