Institutionele regeling om tot politieke besluitvorming te komen, waarbij ten behoeve van het algemeen welzijn het volk zelf over strijdpunten beslist door verkiezing van volksvertegenwoordigers die bijeen komen om de wil van het volk uit te voeren (indirecte democratie).
Het woord komt van het Latijnse dèmos (volk) en kratein (heersen). Met name na de invoering van algemeen kiesrecht werd het noodzakelijk om uit te vinden wat algemeen welzijn en de wil van het volk eigenlijk inhouden. Probleem blijft dat de wil van de meerderheid nog niet per definitie de wil van het volk hoeft te zijn. Ook regeerders zijn zondig. Ter vrijwaring van volksrechten is het zinvol te zorgen voor checks and balances en de aandacht te richten op de aanwezigheid van pluralisme: minderheden hebben elkaar nodig hebben om tot meerderheidsbesluitvorming te komen.
Bijbels geloof heeft bijgedragen aan de idee dat democratie zich bekommerde om vrijheid van meningsuiting (en godsdienst), dat vraagtekens werden geplaatst bij macht ‘in de naam van God’ en dat bestuurders openstonden voor de belangen van de armen en minderheden. Oorspronkelijk stamt democratie uit de Griekse stadstaten.
Calvinisme en congregationalisme hebben invloed uitgeoefend op de democratie, evenals de politieke theorie over directe democratie van Jean-Jacques Rousseau. In een democratie moet consensus zijn over de besluitvormingsmechanismen en een aantal elementaire politieke en rechtsstatelijke waarden.
Door de crisis bij veel politieke partijen neemt de behoefte aan meer directe invloed en correctiemogelijkheden op het openbaar bestuur toe, zoals door volksinitiatief en referendum. Bij gewichtige aangelegenheden waarover bij de stembus niet was gesproken, kan dan de onafhankelijkheid van de gekozen volksvertegenwoordigers worden gecorrigeerd.
Auteur
J.W. Sap [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J.A. Schumpeter, Kapitalisme, socialisme en democratie (Hilversum 1963)
Robert Dahl, Polyarchy (New Haven/Londen 1971)
Graham Maddox, Religion and the rise of democracy (Londen/New York 1996)
A. Hoogerwerf, Christelijke denkers over politiek. Een oogst van twintig eeuwen (Baarn 1999)
En dit zegt Peter Blokhuis, voorzitter van de ChristenUnie over Democratie:
In de staat gaat het om de bescherming van personen, samenlevingsverbanden en organisaties, een leefbare ordening van het publieke terrein en de inrichting van de openbare ruimte.
Als je je dat realiseert, zie je meteen dat mensen daarover verschillende opvattingen kunnen hebben. Wat houdt bescherming in? Wie moeten er beschermd worden? Men hoeft maar aan zaken als abortus, euthanasie, godslastering en natuurbescherming te denken en het is duidelijk dat daarbij diepe overtuigingen van mensen een rol spelen, overtuigingen waarvoor men door het vuur gaat als het erop aankomt.
In een democratie kunnen burgers invloed uitoefenen op de politieke meningsvorming. Sterker nog, ze zijn het aan de democratie verplicht. Als ze het niet doen, gaat de democratie ten onder en ontstaat er een kloof tussen burgers enerzijds en politici en bestuurders anderzijds. Burgers zullen het alleen doen als ze hun eigen mening over wat goed is binnen de staat kunnen inbrengen. Volgens mij is dat een mening die aansluit bij hun diepe overtuigingen. Als dat het geval is, komt er vuur in de politiek, inzet, betrokkenheid.
Democratie vooronderstelt verschillen, verschillen die door de verschillende groepen en partijen geaccepteerd worden. De alternatieven zijn tyrannie en burgeroorlog. Veel christenen zeggen dat het voor alle burgers het beste is als zij zich in de politiek richten naar de geboden van God. Hoe zouden ze iets anders kunnen zeggen? Het komt erop aan dat ze het democratisch spel blijven spelen en niet in tyrannie vervallen. Het politieke vuur moet als een smeulende turf gezien worden.
Peter Blokhuis, voorzitter partijbestuur ChristenUnie (2008)