Politieke filosofie, die zich aanvankelijk – anders dan liberalisme en socialisme – vooral profileerde uit verzet tegen de Franse revolutie (Edmund Burke).
Later ontwikkelde het conservatisme zich – vooral in het werk van de Franse denker Alexis de Tocqueville – tot een denkrichting die de liberale democratie accepteert, maar in die staatsvorm duidelijke schaduwzijden onderkent en deze wil bestrijden met behulp van premoderne ideeën over vrijheid, religie, orde, onderwijs en de relatie tussen samenleving en politiek.
Het conservatisme is geen streven terug te keren tot een glorieus gewaand verleden of een poging het bestaande koste wat kost te handhaven. Conservatieven benadrukken dat al te voortvarend doorgevoerde veranderingen een spiritueel vacuüm kunnen scheppen, waarin geestelijk ontwortelde mensen ontvankelijk kunnen worden voor de verleiding van grote leiders.
Het profiel van het conservatisme is sterk afhankelijk van het land en de periode waarin het zich heeft gemanifesteerd. Puur inhoudelijk gezien, zijn de meest belangrijke varianten de sceptische en historistische (in Nederland bijvoorbeeld gerepresenteerd door NRC-columnist J.L. Heldring), de cultuurrechtelijke (in Nederland verwoord door de Leidse hoogleraar Paul Cliteur) en de natuurwettelijke (die in Nederland vooral wordt verbreid door de Leidse hoogleraar A.A.M. Kinneging). Een meer specifieke variant is het neoconservatisme, dat in de Verenigde Staten tot bloei is gebracht door vooral joodse denkers en publicisten, veelal met een radicaalprogressief verleden.
Als denkrichting kenmerkt het conservatisme zich door een pessimistisch mensbeeld. Daarom kan het conservatisme getypeerd worden als een negatieve utopie of als de belichaming van anti-ideologisch denken. Dit betekent echter niet dat de mens volgens het conservatieve denken ‘onverbeterlijk’ zou zijn. Conservatieven hechten groot belang aan karakter- en gewetensvorming in opvoeding en onderwijs. Deze vorming bestaat in het zich eigen maken van de persoonlijke deugden die de basis vormen van de publieke deugden. De rol van de overheid kan in de conservatieve optiek dan ook worden teruggedrongen. De groei van de staat en de moederlijk zorgzame rol die de staat op zich heeft genomen wordt gezien als een van de belangrijkste oorzaken van een verval dat conservatieven op tal van terreinen (economisch, politiek en cultureel) waarnemen.
Het conservatisme was in de negentiende eeuw de belangrijkste politieke stroming in Nederland, maar door het verval en de ondergang van deze partij, zijn conservatieve politici aan het eind van de negentiende eeuw verspreid geraakt over partijen die zich niet als ‘conservatief ’ aanduidden, zoals de christen-democratische, liberale en klein-christelijke partijen. Voor het conservatieve gedachtegoed wordt in Nederland sinds 2000 aandacht gevraagd door de Edmund Burke Stichting, die zich als een platform voor conservatieve gedachtevorming presenteert.
Auteur
B.J. Spruyt [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
P.B. Cliteur, Conservatisme en cultuurrecht (Amsterdam 1989)
Bart Jan Spruyt, Lof van het conservatisme (Amsterdam 2003)
Andreas Kinneging, Geografie van goed en kwaad (Utrecht 2005)