Katholiek politicus (Roermond 18.7.1914 - Den Haag 30-12-1971)
Studeerde rechten te Nijmegen en was werkzaam als advocaat en procureur. Werd in 1948 Tweede-Kamerlid voor de Katholieke Volkspartij (KVP) en in 1950 staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Van 1952 tot 1963 was hij minister op hetzelfde departement. Zijn belangrijkste nalatenschap is de Wet op het voortgezet onderwijs (1963), beter bekend als de Mammoetwet. Zijn kortstondige kabinet-Cals (1965-1966), dat naast de KVP bestond uit de Partij van de Arbeid en de Antirevolutionaire Partij, kwam ten val in de ‘Nacht van Schmelzer’ door een motie van Cals’ partijgenoot Schmelzer. Cals voelde verbondenheid met de KVP-radicalen die later de Politieke Partij Radicalen (PPR) zouden oprichten, maar bleef zijn partij trouw.
Zijn politieke carrière eindigde met de val van zijn kabinet. Daarna werd hij benoemd tot minister van Staat en zou hij nog leiding geven aan een staatscommissie over staatsrechtelijke vernieuwing. Cals, die zijn gehele werkzame leven te kampen had met gezondheidsproblemen, stierf na een langdurig ziekbed in 1971.
Auteur
Peter van der Heiden [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Paul van der Steen, Cals. Koopman in verwachtingen 1914-1971 (Amsterdam 2004)