Streven van de overheid om door de beinvloeding van de kwaliteit of de kwantiteit van de bevolking waarover zij gesteld is, de welvaart van het land te vergroten.
De kwalitatieve zorg betreft de eugenetica, die zich uitstrekt van openbare gezondheidszorg (bijvoorbeeld consultatiebureaus voor baby- en peuterzorg) tot rassenpolitiek. Een voorbeeld hiervan is de rassenpolitiek zoals die in het Derde Rijk van Adolf Hitler werd gevoerd, niet alleen ten aanzien van de joden, maar ook van gehandicapten en geesteszieken. De kwantitatieve bevolkingspolitiek kan zich richten op de groei van de bevolking, die bijvoorbeeld in West-Europa in de tweede helft van de twintigste eeuw afnam, of op de inkrimping daarvan, zoals de afgelopen decennia in China is getracht.
Op christelijk standpunt is in verband met dit streven met name de inmenging van de staat op het persoonlijk leven een kritisch punt. Binnen het protestantisme is men altijd kritischer geweest inzake de rol van de kerk in een dergelijk politiek streven dan binnen het rooms-katholicisme. In Nederland is de kinderbijslag, overigens in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers ingevoerd, ten onrechte opgevat als een bevolkingspolitieke maatregel die de bevolkingsgroei heeft bevorderd. De groei van met name het katholicisme in Nederland in de
twintigste eeuw tot aan de jaren zestig (zie emigratie) werd niet zozeer door economische als wel door godsdienstige motieven ingegeven, terwijl het effect van de kinderbijslag op de bevolkingsgroei twijfelachtig kan worden genoemd.
Een bevolkingspolitieke maatregel was wel de organisatorische en financiële steun die de overheid aan emigranten gaf na de Tweede Wereldoorlog tot in de jaren zestig. De beperking van de immigratie vanaf het begin van de eenentwintigste eeuw heeft eveneens bevolkingspolitieke aspecten, zowel van economische als van ideologische aard.
Auteur
George Harinck [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J. van Baal, Bevolkingspolitiek (z.p. 1954)