Koloniaal bestuursambtenaar en antropoloog (Scheveningen 25.11.1909 - Doorn 9.8.1992)
Jan van Baal studeerde antropologie te Leiden, waar hij 1934 promoveerde op een studie over Godsdienst en samenleving in Nederlandsch-Zuid-Nieuw-Guinea. Hij werd bestuursambtenaar in Nederlands-Indië, onder meer werkzaam op Nieuw-Guinea (1936-38; 1950-51). Na een kortstondig lidmaatschap (1952-53) van de Tweede Kamer voor de Antirevolutionaire Partij, was hij van 1953 tot 1958 gouverneur van Nederlands Nieuw-Guinea. Hij trachtte het in versneld tempo te moderniseren, daarbij niet altijd gesteund door Den Haag.
Vanaf 1959 was Van Baal werkzaam bij het Koloniaal Instituut voor de Tropen (tot 1969) en als hoogleraar culturele antropologie te Utrecht (1960-1973) en Amsterdam (1961-1969). Cultuurverandering en acculturatie, in het bijzonder van de religie, boeiden hem. Van Baal heeft uitvoerig verantwoording afgelegd van zijn opvattingen en optreden, evenals van zijn worsteling met het christelijke geloof, zoals ook in zijn belangrijkste werken: Mensen in verandering (1967); Man’s quest for partnership. The anthropological foundations of ethics and religion (1981); Ontglipt verleden (1986-1989); Boodschap uit de stilte. Mysterie als openbaring (1991).
Auteur
G.J. Schutte [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
H.A. Poeze, ‘Bibliografie J. van Baal’, Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde 150 (1994), 13-26
Zie ook
Jan van Baal (2009)