Vrijheid van onderwijs is in de Nederlandse grondwet neergelegd in 1848.
In de huidige grondwet is de onderwijsvrijheid te vinden in de volgende formulering in artikel 23, lid 2: ‘Het geven van onderwijs is vrij.’ Vóór 1848 bestond geen onderwijsvrijheid. Om een school te stichten, was toestemming nodig van het gemeentebestuur. Deze vereiste verviel door de grondwetsherziening van 1848. De vrijheid van onderwijs is een klassiek grondrecht en komt toe aan eenieder die zich in Nederland bevindt, ongeacht zijn nationaliteit. Het recht moet niet verward worden met het recht op onderwijs, dat een sociaal grondrecht is. Evenmin is het recht gelijk te stellen aan het recht op bekostiging. De vrijheid van onderwijs is ook opgenomen in een aantal internationale verdragen. In Nederland zijn het vooral protestanten en katholieken die van dit grondrecht gebruik hebben gemaakt. De laatste decennia wordt het recht ook gebruikt door andere groepen. Zie ook: bijzonder onderwijs.
Auteur
A. Postma [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
A. Postma, Handboek van het Nederlandse onderwijsrecht (Zwolle 1995)