Gymnasiale opleiding in internaatsverband voor katholieke jongens van 12-18 jaar met de intentie priester te worden.
In Nederland ontstonden kleinseminaries vooral na de Franse tijd eerst voor de seculiere geestelijkheid, later ook voor orden en congregaties. In de jaren vijftig van de twintigste eeuw werden nagenoeg alle kleinseminaries door de staat erkende en gesubsidieerde gymnasia, die langzamerhand ook steeds meer werden opengesteld voor externe leerlingen. Met het verdwijnen van het internaatsverband ging ook het traditionele seminariekarakter verloren.
Auteur
J. Peijnenburg [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]