Onderwijs van katholieken voor katholieken, gericht op kerkelijke geloofsoverdracht en katholieke opvoeding.
Gezin, school en parochie vormden als het ware een drie-eenheid. In 1868 riepen de Nederlandse bisschoppen in het zogenoemde ‘Mandement over het onderwijs’ de katholieken op tot de stichting van katholieke scholen vanuit de grondregel: ‘een katholiek kind moet noodzakelijk een katholieke opvoeding ontvangen’. Gesteund door het grondwettelijk recht van vrijheid van onderwijs en de financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs zijn vanaf 1920 veel katholieke scholen gesticht.
Het streven naar eigen katholieke scholen was gericht op de emancipatie van de destijds achtergestelde katholieke bevolkingsgroep. Algemeen wordt erkend dat dit streven daartoe in belangrijke mate heeft bijgedragen. In een lange periode van groei en bloei kon de identiteit, meer in het bijzonder de katholiciteit, van de katholieke school tamelijk vanzelfsprekend worden ingevuld door een nauw aanwezige band met de kerk via parochie of religieuze orden en congregaties van broeders of zusters die katholiek onderwijs gaven.
Vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw tekent zich echter een kentering af. Er is dan weliswaar een omvangrijk rooms-katholiek scholenveld, maar ook een geloofsgemeenschap die uiteenging naar vele richtingen en opvattingen over de vernieuwingen in de katholieke kerk. Deze vernieuwingen kregen vooral een impuls door het door paus Johannes XXXIII bijeengeroepen Tweede Vaticaans Concilie. De katholieke geloofsgemeenschap raakte gepolariseerd. Bovendien trokken religieuze orden en congregaties (of: de religieuzen) zich uit het onderwijs terug.
De katholieke school begon tekenen van verandering te vertonen: van meer specifiek katholiek naar algemeen christelijk. De identiteit van de katholieke school werd minder eenduidig vorm gegeven en meer een onderwerp van discussie. Een poging tot uitlijning van de veranderingen kwam van de in 1971 door de Nederlandse Katholieke Schoolraad ingestelde commissie-Haarsma die zich boog over ‘de katholiciteit van de katholieke school’. Deze commissie rapporteerde aldus: ‘De school mag niet neutraal zijn, maar ze kan evenmin borg staan voor een bepaalde confessie’. De katholieke school gaat echter uit van een voorkeur: zij wil vooral dat de katholieke godsdienst ‘een eerlijke kans’ krijgt. Dit werd ‘de voorkeurshypothese’ genoemd.
In 1977 verscheen opnieuw een brief over het katholieke onderwijs van de bisschoppen. Zelf zag het episcopaat deze brief als het begin van een heroriëntering: ‘Aan het begin van het nieuwe tijdvak (…) moeten wij ons allen opnieuw bezinnen op de motieven waarmee besturen, ouders, schoolleiders en onderwijsgevenden het eens begonnen werk willen voortzetten.’ De katholiciteit van de school komt volgens de bisschoppen tot uitdrukking als er ‘een evangelische geest van vrijheid en liefde heerst’, er ‘aandacht voor christelijke waarden’ is en ‘Jezus Christus als voorbeeld’ wordt gesteld. De verschijning van de brief heeft de taakverschuiving die zich voltrok, niet kunnen keren: de school benadrukte meer zijn autonome maatschappelijke functie en minder zijn pastorale functie voor de kerk. In het verlengde daarvan ontwikkelde het kerkelijk gerichte vak catechese zich naar het vak ‘godsdienst’ en nog later tot het vak ‘levensbeschouwing’. De doelstelling verschoof geleidelijk van geloofsoverdracht naar oriëntatie en communicatie over geloof en levensbeschouwing vanuit een verbondenheid met de katholieke traditie. In de jaren zeventig van de twintigste eeuw heeft zich de overgang voltrokken van een op de kerk gerichte monoreligieuze katholieke school naar een autonome, meer algemeen christelijk-geïnspireerde school.
Het voortgaande proces van veralgemenisering van het katholiek onderwijs heeft de bisschoppen er in 1996 toe gebracht een oproep tot bezinning te doen in hun brief Katholiek onderwijs en de komende tijd. De brief ging vergezeld van het verzoek over deze brief een consultatie te houden ter bevordering van de dialoog. De hiervoor ingestelde ‘Consultatiecommissie 2000 plus’ rapporteerde in 1999 onder de titel: Is het katholiek onderwijs millenniumbestendig? Uit deze consultatie bleek een brede globale tevredenheid met de profilering van de katholiciteit rond de eeuwwisseling. Wel gaat die globale tevredenheid gepaard met een zwakke katholiek-levensbeschouwelijke cultuur en communicatie. Er is ‘geen sterk gevoel van eigenwaarde’, al vertonen de scholen sporen van katholieke identiteit op de noemers van ‘het kennen, vieren en dienen’. Van een expliciet op de kerkelijke leer georiënteerde levensbeschouwing is op de scholen nog weinig sprake. De katholieke school staat veel meer dan voorheen in een ‘religieus-levensbeschouwelijk veelstromenland’. Hoewel er op individueel niveau ‘sprake is van een hernieuwde ontvankelijkheid voor spiritualiteit en waardebesef, is er geen cultuur van het uitwisselen van bezieling en inspiratie’. In de praktijk blijkt een openheid naar tal van spirituele bronnen, maar ‘de betrokkenheid met de eigen katholieke spirituele bron blijft veelal impliciet of onbewust’.
Bezield en zelfbewust heet de beleidsnota waarmee het episcopaat in 2002 reageerde op het rapport van de Consultatiecommissie. De titel is een aanwijzing dat de bisschoppen vooral een beleid voorstaan waardoor het gevoel van eigenwaarde en de communicatie over de inspiratie versterkt kunnen worden. De beleidsnota wil daarvoor een handreiking bieden door een visie te geven op katholiek onderwijs in deze tijd. De bisschoppen houden het katholiek onderwijs voor zich te richten op ‘God als schepper en verlosser’, de ‘vorming van de gehele persoon’, ‘oog hebben voor de zwakkeren’, en ‘aandacht voor gemeenschap’. Tijdens het ad limina-bezoek in 2004 steunde de paus het beleid van de bisschoppen tot versterking en handhaving van de eigen identiteit van het katholiek onderwijs: ‘Het is uw herderlijke verantwoordelijkheid om hierover te waken, door alle leerkrachten aan te moedigen in deze zin te werken.’
Auteur
W. van Walstijn [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]