Priesteropleiding in de Rooms-Katholieke Kerk, ingevoerd door het concilie van Trente (1545-1563).
De integratie van intellectuele en spirituele vorming, verbonden met een leven in internaatsverband, was erop gericht de aanstaande priester de nodige vaardigheden voor het pastorale werk aan te leren. In Nederland kwamen grootseminaries pas tot stand na de zogenaamde Bataafse omwenteling (zie Bataafse Republiek): Den Bosch (1798), Breda (1798) en Warmond (1799) behoorden tot de eersten. De seminaria verdwenen in de jaren zestig van de twintigste eeuw; later kwamen er verscheidene in vernieuwde vorm terug: Rolduc (1974); Den Bosch (1985); Vogelenzang (1996).
Auteur
J. Peijnenburg [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]