Onderwijs dat zich specifiek richt op blinden en slechtzienden.
In 1808 kwam in Amsterdam door toedoen van vrijmetselaarsloges (vrijmetselarij) de eerste blindenschool tot stand; het tegenwoordige Visio in Huizen. Kinderen kregen er lezen, schrijven, rekenen en aardrijkskunde aan de hand van reliëffiguren van letters, cijfers en landkaarten. Katholieken vestigden in 1846 hun eigen blindenschool in Grave (het huidige Sensis). Protestanten openden in 1919 hun Bartiméus in Zeist. Braille zorgde voor een innovatie met zijn puntjesschrift in 1829. Het duurde echter ruim vijftig jaar voordat Nederlandse blindenscholen het brailleschrift invoerden.
De drie instellingen hebben hun werkterrein uitgebreid met onder meer ambulante zorg (leerlingbegeleiding in regulier onderwijs), dagbesteding voor volwassenen, opvang meervoudig gehandicapten, cursussen en woonbegeleiding. Door nevenvestigingen kan het merendeel der leerlingen van scholen voor blinden en slechtzienden thuis wonen; een deel woont in internaten. Een belangrijke recente innovatie vormt de spraakcomputer. Zie ook: speciaal onderwijs.
Auteur
Marjoke Rietveld - van Wingerden [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
W.A. van Liefland, Het buitengewoon onderwijs in de zorg voor gehandicapten (Groningen 1959 3de druk)