Stijl in de kunst waarvan de aanzet zich tegen het jaar 1000 aftekende.
Na de invallen van de Noormannen kreeg de Latijnse christenheid rust. De rijksorganisatie steunde op de geestelijkheid, zodat kerkbouw de voornaamste artistieke opgave werd. De Romaanse bouwkunst sluit aan bij de vroegchristelijke basiliek, maar laat een nieuw gevoel voor systematiek zien. De plattegrond van de kerk toont een Latijns kruis. Het vierkant dat de overlapping van schip en dwarsschip vormt, dient als eenheidsmaat voor de geleding van alle ruimtedelen. Dit maakt een Romaans bouwwerk blokkendoosachtig overzichtelijk. Binnen is het donker, alleen kroonluchters verspreiden licht, voornamelijk rond het altaar. Stoffelijke resten die aan heiligen herinneren, worden als reliek bewaard, vaak in de crypte (een ondergrondse ruimte beneden het altaar). In de crypten begint het overwelven van ruimten. De zijbeuken volgen. Het middenschip blijft nog lang vlak afgedekt. De geestelijkheid ontwikkelt typologische beeldprogramma’s.
Het godshuis staat letterlijk georienteerd, het koor naar de oriënt (het oosten), waar het Heilige Land (zie Israël) ligt met het graf van Christus. De ingangspartij markeert de westzijde, die gevaar symboliseert. Hier verrijzen hoge torens met klokken die demonen moeten verjagen. Zware muren met smalle rondboogvensters versterken het beeld van een verdedigingwerk. De kerk als burcht – hoe passend voor christelijke ridders die tevoren heidense strijders waren. Hun voorstelling van Christus komt uit het laatste bijbelboek, de Apocalyps. Hun eer troont in majesteit, vreeswekkend. Zijn hemelse legers worden aangevoerd door de aartsengel Michaël.
Hoogtepunt: de kloosterkerk van Cluny (Frankrijk) zoals die opnieuw vorm kreeg onder abt Hugo (1049-1109). Nederlandse voorbeelden: de Pieterskerk (Utrecht, ca. 1140) en de basiliek van Sint Servaas (Maastricht, na 1150). De Romaanse beeldhouwkunst blijft goeddeels aan het vlak gebonden, evenals schilderkunst en boekverluchting, die perspectief en schaduwwerking missen.
Auteur
Willem L. Meijer [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Georges Duby, De kathedralenbouwers (Amsterdam 1989)
Rolf Toman (red.), Romaanse kunst (Keulen 1996)