Beide begrippen kennen meerdere betekenissen:
1. Met ‘psalterium’ werd in middeleeuwse teksten diverse snaarinstrumenten aangeduid. Het ‘psalter’ was een middeleeuws citerachtig instrument waarbij de snaren zowel met de vingers als met een plectrum getokkeld konden worden.
2. De 150 psalmen uit het gelijknamige bijbelboek.
3. Gebedenboek waarin naast (de 150) psalmen dikwijls ook andere teksten als calendaria, geloofsbelijdenissen en litanieën opgenomen waren. Er waren psalters voor zowel de private devotie als voor liturgische vieringen. De oudste psalters die bewaard gebleven zijn, stammen uit de vroege Middeleeuwen. Het betreft rijk geïllustreerde en luxueuze uitgaven voor geestelijken of vorsten. Bekend zijn onder meer het Utrechts psalter (negende eeuw) en het Psalterium aureum (tiende eeuw). Er waren psalters waarin de 150 psalmen in drie gedeelten van 50 psalmen opgedeeld werden, waarbij elk nieuw deel opende met een paginagrote miniatuur of geïllustreerde beginletter.
4. Met name in protestantse kring wordt met ‘psalter’ vaak ook psalmberijming bedoeld.
Auteur
Jan Smelik [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]