Glazenier en beeldend kunstenaar, telg van een oorspronkelijk Frans glazeniersgeslacht (Roermond 6.10.1897 - Tegelen 25.7.1972)
Hij studeerde aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten bij Antoon Derkinderen. Van 1924 tot 1930 woonde hij in het kunstenaarsdorp Bergen-Groet, daarna werkte hij in het glasatelier van zijn vader in Roermond. Van 1939 tot 1956 verbleef hij in de Verenigde Staten. Joep Nicolas is de belangrijkste Nederlands glazenier van de twintigste eeuw. Met Charles Eyck, Henri Jonas, Charles Vos en Alfons Boosten vormde hij de kern van de ‘Limburgse School’, een richting in de katholieke kunst van het Interbellum die werd gekenmerkt door artistieke vitaliteit en een joyeuze, ‘katholieke’ uitstraling. Nicolas’ doorbraak kwam in 1925 toen hij op de internationale Art Deco-tentoonstelling in Parijs met zijn ritmische Sint-Maartensraam de Grand Prix des Maîtres Verriers de France won.
Tijdens het Interbellum publiceerde hij in tijdschriften als De Gemeenschap, het R.K. Bouwblad en Het Gildeboek over de noodzaak om de kerkelijke kunst bij de tijd te brengen, onder meer door de nadruk te leggen op technische vernieuwing en persoonlijke inspiratie. Belangrijke glasensembles van zijn hand bevinden zich in Maastricht (Hubertuskerk, 1923), Beek-Genhout (Hubertuskerk, 1937), Tubbergen (Pancratiuskerk, 1953-1954, 1965), Sint Odiliënberg (Wiro, Plechelmus en Otgeruskerk, 1954-1956) en Delft (Oude Kerk, jaren 1955-1972).
Auteur
Jos.H. Pouls [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
C. Hoogveld (red.), Glas in lood in Nederland 1817-1968 (Den Haag 1989)
M. Dickhaut en M. Beks, Hedendaagsche Limburgsche Kunst (1937). Retrospectie en reconstructie (Maastricht 1999)