Hymne van Maria, opgenomen in het evangelie van Lucas (Luc. 1: 46-55).
Maria heft een lofzang aan, omdat de engel haar heeft aangekondigd dat ze de Zoon van God ter wereld zal brengen. De hymne bestaat uit twee delen. In het eerste gedeelte geeft Maria uiting aan de ervaring van Gods barmhartigheid en haar dankbaarheid om wat God haar geeft in een lofprijzing: ‘Mijn ziel prijst hoog de Heer, van vreugde juicht mijn geest over God mijn redder…’ Vervolgens spreekt zij de verwachting uit dat God de wereld een ander aanzien zal geven: geringen zal Hij verheffen, heersers van hun troon zal stoten; hongerigen met gaven zal overladen, maar rijken heenzendt met lege handen. Ten slotte spreekt zij haar godsvertrouwen uit en haar blijdschap over de zorg die God heeft voor Abraham en zijn geslacht. In het getijdengebed van de Rooms-Katholieke Kerk is erin voorzien dat het Magnificat dagelijks tijdens de vespers in de namiddag wordt gebeden.
Auteur
P. van der Geest [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]