Vocale en instrumentale muziek die in en bij kerkdiensten gebruikt wordt of kan worden, en/of alle toonzettingen van kerkelijke teksten die al dan niet in de liturgie gebruikt worden.
Binnen het rooms-katholicisme wordt sinds circa 1960 onderscheid gemaakt tussen ‘kerkmuziek’ en ‘liturgische muziek’. Onder het laatstgenoemde verstaat men muziek die geïntegreerd is in het geheel van de liturgie en tevens gekozen is vanuit die liturgie. De plaats en viering binnen de liturgie is daarbij bepalend voor inhoud en vorm van de muziek. Liturgische muziek is onderdeel van de kerkmuziek, die een bredere betekenis heeft: alle muziek op kerkelijke teksten, en dus ook muziek die wel in de kerk klinkt, maar die bij niet meer gebruikte liturgische vormen hoort.
Een dergelijk terminologisch onderscheid kent men binnen het protestantisme niet. Inhoudelijk wordt een dergelijk onderscheid echter wel eens gemaakt: in discussies over de gewenste muziek in de kerkdienst wordt het woord ‘kerkmuziek’ meer gehanteerd als synoniem voor wat de rooms-katholieken ‘liturgische muziek’ noemen.
Van kerkmuziek is al sprake in het Oude Testament, onder andere waar gesproken wordt over ‘het gebod van David’ God met muziek te prijzen (1 Kron. 23:5, 2 Kron. 8.12-14, 23:18, 29:25, 35:15, Ezra 3:10, Neh. 12:24,36). Van dit gebod wordt gezegd dat het rechtstreeks van God afkomstig is (2 Kron. 29:25). Het werd uitgevaardigd met het oog op de goede voortgang en goede kwaliteit van de liturgische muziek.
Over de kerkmuzikale praktijk van de vroegchristelijke kerk zijn weinig concrete gegevens bekend. Er werden liederen gezongen, en over het algemeen keurde de kerk het bespelen van instrumenten binnen en buiten de liturgie af. Door de eeuwen heen heeft er een haat-liefdeverhouding bestaan tussen kerk en muziek. Voortdurend kwam het dilemma boven waarmee Aurelius Augustinus al worstelde, namelijk dat muziek (in de kerkdienst) meer diende tot esthetisch genot dan tot eer van God en opbouw van het geloof. Bij vocale muziek moest er doorgaans op gelet worden dat de muziek de tekst niet ging overheersen. Dat probleem deed zich met name ook voor na de intrede van de polyfonie.
In zijn algemeenheid werd in de christelijke kerk vóór en na de Reformatie verdedigd dat muziek vóór alles dienares van de tekst diende te zijn. Instrumentale muziek in de liturgie was tot en met de Reformatie sterk omstreden. Het officiële beleid was doorgaans dat instrumenten ongepast waren in kerkdiensten. Het leven was echter sterker dan de leer, en in de Middeleeuwen deed het orgel zijn intrede in de liturgie.
In de zestiende eeuw hebben calvinisten de afwijzende houding van de kerk uit voorafgaande eeuwen voortgezet. Het was dan ook een novum dat Luther muziekinstrumenten juist geschikt en bruikbaar achtte in de liturgie. Luther stond aan het begin van een West-Europese traditie waarin aan muziek een plaats in de liturgie en het christelijk leven werd toegekend. Vanaf de zestiende eeuw wordt muziek ook door de rooms-katholieke kerk als integrerend en wezenlijk bestanddeel van de liturgie beschouwd. In de calvinistische traditie is kerkmuziek – inclusief het zingen van liederen – vooral beschouwd als opluistering van de kerkdienst. Na 1950 is er echter ook binnen deze traditie meer aandacht gekomen voor een theologisch-liturgische fundering van de kerkmuziek.
Tot circa 1600 vonden essentiële ontwikkelingen in de muziek, zoals het ontstaan van de meerstemmigheid in de dertiende eeuw, plaats in de kerkmuziek en niet in de wereldlijke muziekcultuur. Na de zeventiende eeuw zijn de rollen omgekeerd. Daardoor dringt zich sindsdien dikwijls ook het probleem op in hoeverre muzikale uitingen en genres uit de profane muziekcultuur aangewend mogen worden in de kerkmuziek. Welke keuze hier gemaakt wordt en, meer algemeen, welke muziek denominaties in hun liturgie accepteren of wensen, hangt samen met een complex geheel van opvattingen die men heeft op het gebied van kerk, theologie, cultuur en maatschappij.
Auteur
Jan Smelik [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Siem Groot (red.), De lof Gods geef ik stem (Baarn 1993)
Chr. Ingelse e.a. (red.), Nieuw Handboek voor de kerkorganist (Zoetermeer 1995)
Informatie via internet
Orgelconcerten