Oorspronkelijk een kerk met een cathedra, bisschopszetel, dus een bisschopskerk.
Voor een dergelijke kerk is geen specifieke vorm voorgeschreven. Het woord ‘kathedraal’ wordt ook gebruikt ter aanduiding van een grote, bij voorkeur gotische kerk. Sinds de tweede helft van de achttiende eeuw is het begrip kathedraal ook in zwang gekomen als symbolische aanduiding voor het verhevene.
Auteur
A.J. Looyenga [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]