Boeken die speciaal bestemd zijn voor kinderen en jongeren.
De oudste jeugdboeken vormen de puriteinse kinderexempelen (sterfbed- en bekeringsverhalen) uit de zeventiende eeuw. Zij kwamen uit Engeland, maar soms ook uit Duitsland of Nederland, zoals de verhalen over de Leidse kinderen Bickes. De Verlichting bracht een kentering door de nadruk op kennis en deugd. Trendsetter was Hieronymus van Alphen met zijn kindergedichten als ‘Jantje zag eens pruimen hangen’ en ‘Mijn spelen is leren, mijn leren is spelen, En waarom zou mij dan het leren vervelen?’ Hij en zijn navolgers beklemtoonden op godsdienst gebaseerde deugden: nederigheid, gehoorzaamheid, eerlijkheid, ijver en hulpvaardigheid. Schrijvers uit de kring van het Reveil, zoals J. de Liefde en E. Gerdes, ageerden tegen zo’n deugdengodsdienst en stelden ‘het ene nodige’ centraal: geloof in Christus als verlosser.
Tegelijkertijd kwamen er rond 1850 nieuwe schrijvers als J.J.A. Goeverneur en J.P. Heije, die opvielen door hun vrolijke, niet-moraliserende en speelse toon. Achteraf is die periode gekenmerkt als de Romantiek: fantasie, geschiedenis, religie, gewetensvorming en idealisering van de moederfiguur drongen de jeugdliteratuur binnen. Sprookjes, historische verhalen en prentenboeken verschenen, na 1880 aangevuld met meisjesboeken, jongensboeken, reisverhalen en indianenverhalen.
In de groeiende boekenmarkt kon het protestants-christelijke genre zich handhaven, ook gedurende de twintigste eeuw, met eigen uitgeverijen en schrijvers als W.G. van de Hulst, A. de Vries, Klaas Norel, Piet Prins en V. Klapwijk. Dat was mede het resultaat van zondagsschoolwerk. Katholieken die zo’n boekencultuur niet kennen, hebben nauwelijks een eigen genre jeugdliteratuur opgebouwd.
Een speciale categorie vormen de fantastische, vaak vertaalde verhalen, zoals de serie van J.K. Rowling over Harry Potter (vanaf 1997) en van C.S. Lewis over Narnia sinds de jaren vijftig. Lewis schreef vanuit een christelijke inspiratie.
Zie ook jeugdtijdschriften.
Auteur
Marjoke Rietveld-van Wingerden [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)
Verder lezen
N. Heimeriks, W. van Toorn (red.), De hele bibelebontse berg. De geschiedenis van het kinderboek in Nederland en Vlaanderen van de middeleeuwen tot heden (Amsterdam 1989)
P.J. Buijnsters, L. Buijnsters-Smets, Lust en leering. Geschiedenis van het Nederlandse kinderboek in de negentiende eeuw (Zwolle 2001)
J. Dane, G. Harinck (red.), Bouwsel voor ’t leven. De traditie van protestantse kinderliteratuur (Zoetermeer 2003)