Organist, dirigent en componist (Amsterdam 20.6.1899 - Hilversum 7.3.1965)
Anthon van der Horst studeerde aan het Amsterdams Conservatorium en stond bekend als groot improvisator en Bach-vertolker. Vanaf 1931 was hij dirigent van de Nederlandse Bachvereniging en van 1935 tot 1964 was hij hoofdleraar orgel in Amsterdam. Zijn uitvoeringen van Bach’s Matthäus Passion kregen bekendheid tot ver over de landsgrenzen en vormden het begin van een meer historisch gerichte uitvoeringspraktijk. De Universiteit van Groningen verleende hem een eredoctoraat vanwege zijn verdiensten voor de kerkmuziek (1948). Van der Horst was vanaf 1955 organist van de Grote Kerk in Naarden.
Rond 1930 ontwikkelde hij een eigen toonsysteem: de modus conjunctus – een octaafreeks van afwisselend hele en halve tonen. De eerste toepassing hiervan is te vinden in zijn Suite in modo conjuncto (1943) voor orgel. Daarnaast schreef hij vocale muziek, kamermuziek en orkestmuziek. Vrijwel alleen zijn orgelwerken worden met regelmaat gespeeld.
Auteur
Frits Zwart [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
G. Oost, Anthon van der Horst, 1899-1965. Leven en werk (Alphen a/d Rijn 1992)
Zie ook
Anthony van der Horst (2009)