Schrijver (Maassluis 25.11.1944)
Studeerde biologie en doceerde ethologie aan de Leidse universiteit. Als bioloog publiceerde hij Ratten (1977) en De stekelbaars (1978). Ook in zijn essaybundels behandelt hij vaak dierlijk en menselijk gedrag. Hij slaagt er als geen ander in, de natuurobservatie in een lucide verteltrant in te brengen in zijn verhalen en romans. Zijn literaire werk is autobiografisch van inslag. Als romanschrijver debuteerde hij onder het pseudoniem Martin Hart met Stenen voor een ransuil (1971). Daarin zijn de belangrijke thema’s van zijn vele romans en verhalenbundels al te vinden: heimwee naar en afkeer van zijn christelijke opvoeding, liefde voor de vrouw, voor dieren en voor klassieke muziek, het noodlot en de vreugde van de eenzaamheid.
In de gevoelig geschreven verhalenbundel Het vrome volk (1974) wordt de dromende hoofdpersoon geactiveerd zich te verzetten tegen bedrog en dierenmishandeling door gereformeerden. Zijn best verkochte roman Een vlucht regenwulpen (1978), over de gewenste eenzaamheid, protesteert scherp tegen schijnheiligheid van christenen. In De kroongetuige (1983) echter, de eerste van zijn literaire thrillers, komt een positieve houding tegenover het christelijk geloof voor. De jacobsladder (1986) is zijn belangrijkste religieuze roman over ultra-orthodoxe gelovigen. Met Wie God verlaat heeft niets te vrezen (1997) begon hij onder het motto ‘De Schrift betwist’ een reeks van drie essaybundels waarin hij de bijbel bestrijdt. Opmerkelijk is hoe vaak hij hier, net als in zijn romans en verhalen, bijbelteksten negatief interpreteert.
Auteur
Hans Werkman [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Johan Diepstraten (red.), Over Maarten ’t Hart. Beschouwingen en interviews (Den Haag 1982)
Hans Werkman, Een calvinist leest Maarten ’t Hart (Baarn 1982)
Patty Voorsmit (red.), Bulkboek Maarten ’t Hart (Amsterdam 1989)
Wam de Moor, Een Hollands orakel (Amsterdam 1994)
Zie ook
Maarten ’t Hart (2008)