Schrijfster uit de eerste helft van de dertiende eeuw.
De plaatsen waar zij geboren en gestorven is, zijn niet bekend, evenmin als de precieze tijdsspanne van haar leven. Uit haar in 1848 teruggevonden werken is af te leiden dat zij leefde in het zuidelijk deel van het hertogdom Brabant. Zij was de geestelijke leidsvrouwe van een kring gelijkgezinden, die zij bemoedigde en steunde met haar geschriften: 45 strofische gedichten, ‘mystieke minneliederen’, 14 visioenen, 31 brieven en 16 rijmbrieven.
In haar werken schildert zij het indrukwekkend geestelijk portret van een vrouw die in volstrekte overgave en ootmoedige fierheid haar ‘minne’ beleeft: de liefde die God en uit God is. Opvallend zijn haar hartstocht, de beeldende kracht van haar taal, het praktisch inzicht van haar geestelijke leiding, de theologische diepgang van haar inzichten en haar kennis van de bijbel.
Tot de Reformatie oefende Hadewijch grote invloed uit. Een van haar meest bekende leerlingen is Jan van Ruusbroec, die vele van haar visies overnam en haar meermalen letterlijk citeert.
Auteur
m. van Baest [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Rob Faesen, Begeerte in het werk van Hadewijch (Leuven, 2000)
Marieke van Baest, Haar naam is Amor. Hadewijch in haar omgang met minne (Tilburg, 2004)