Schilder en kunsttheoreticus (Candia ca. 1541 - Toledo 6.4.1614)
Geboren op Kreta, dat Venetiaans gebied was, als Domenikos Theotokopoulos. Wegens zijn onuitsprekelijke naam kortweg ‘de Griek’ genoemd. Na een vormingstijd in Italië vestigde hij zich rond 1577 in Toledo, de voormalige Spaanse residentie. Zijn werk vond aftrek in hogere kringen maar won de gunst van het hof niet. Hij versmolt de iconentraditie met elementen uit het late werk van Titiaan (1488?-1576) en Michelangelo tot een visionaire stijl, vaak als maniëristisch opgevat, gekenmerkt door wervelende dynamiek, langgerekte heiligenlichamen en fel gekleurde partijen.
Zijn bibliotheek bevatte zowel Italiaanse dichters als Griekse kerkvaders. Schakel tussen oost en west was wellicht de vroeg-christelijke schrijver Pseudo-Dionysius de Areopagiet. Een verband met gelijktijdige Spaanse mystici (Ignatius van Loyola, Teresa van Avila, Johannes van het Kruis) is onzeker. Hij raakte spoedig in vergetelheid en werd pas door Cézanne (1839-1906) en Picasso (1881-1987) herontdekt.
Auteur
Willem L. Meijer [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Hugh Honour & John Fleming, Algemene kunstgeschiedenis (z.p. 2004 11e druk)